30/06/2026
AFGELASTEN PARKZICHT OUTDOOR: WAS DAT WEL NODIG?
De fracties van Beter voor Vlaardingen en HEEL DE STAD hebben met verbazing kennisgenomen van de afgelasting van Parkzicht Outdoor op zaterdag 27 juni 2026. Volgens berichtgeving vond de afgelasting plaats slechts enkele uren voor aanvang van het evenement, nadat de organisator reeds op advies van de veiligheidsdiensten aanvullende maatregelen had getroffen, waaronder extra schaduwvoorzieningen, gratis drinkwaterpunten en aanvullende veiligheidsmaatregelen.
Uit berichtgeving in onder meer het AD blijkt dat vergelijkbare evenementen in de regio, en ook andere activiteiten binnen Vlaardingen, wel doorgang konden vinden. Daarbij werd als belangrijke reden voor de afgelasting verwezen naar de verwachte druk op de regionale zorgketen, waaronder ambulancezorg en ziekenhuiscapaciteit.
De fracties van Beter voor Vlaardingen en HEEL DE STAD onderschrijven dat veiligheid altijd voorop dient te staan. Tegelijkertijd roept deze gang van zaken ernstige vragen op over de proportionaliteit, de transparantie, de rechtsgelijkheid en de zorgvuldigheid van de besluitvorming.
Wij stellen het college daarom de volgende vragen.
TECHNISCHE VRAGEN
Besluitvorming en proces
1. Op welk exact tijdstip heeft de burgemeester, loco-burgemeester of het college kennisgenomen van het advies van de GHOR en/of de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond om Parkzicht Outdoor af te gelasten?
2. Op welk tijdstip is de organisator van Parkzicht Outdoor hierover geïnformeerd?
3. Wie heeft het formele besluit genomen tot afgelasting van het evenement?
4. Is er sprake geweest van een schriftelijk advies van de GHOR, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, ambulancediensten of andere hulpdiensten? Zo ja, kan dit advies aan de gemeenteraad worden verstrekt?
Risicoanalyse en onderbouwing
5. Welke concrete risicoanalyse lag ten grondslag aan het besluit om Parkzicht Outdoor af te gelasten?
6. Welke specifieke gezondheids- en veiligheidsrisico's werden voor dit evenement voorzien?
7. Klopt het dat de verwachte druk op de regionale zorgketen, ambulancezorg en ziekenhuiscapaciteit een belangrijke reden vormde voor de afgelasting?
8. Beschikte het college tijdens de besluitvorming over actuele cijfers betreffende:
9. de beschikbare ambulancecapaciteit;
10. de beschikbare SEH-capaciteit;
11. het aantal beschikbare ziekenhuisbedden in de regio?
12. Zo ja, kan het college deze gegevens met de gemeenteraad delen?
13. Indien dergelijke actuele gegevens niet beschikbaar waren, op basis van welke informatie is dan geconcludeerd dat de zorgcontinuïteit onvoldoende kon worden gegarandeerd?
Alternatieven en maatregelen
14. Welke alternatieve scenario's zijn onderzocht om het evenement alsnog doorgang te laten vinden?
15. Is onderzocht of het evenement later op de dag kon starten, nadat de piektemperaturen waren gepasseerd?
16. Welke aanvullende maatregelen heeft de organisator voorgesteld?
17. Welke aanvullende maatregelen heeft het college of de veiligheidsregio zelf onderzocht?
18. Waarom zijn de reeds getroffen en voorgestelde maatregelen uiteindelijk onvoldoende geacht?
Gelijke behandeling
19. Welke andere evenementen en activiteiten vonden op 27 juni 2026 binnen Vlaardingen en de regio wel doorgang?
20. Welke objectieve verschillen zijn vastgesteld tussen Parkzicht Outdoor en deze evenementen?
21. Is voor alle evenementen dezelfde risicoanalyse en toetsingsmethodiek toegepast?
22. Zo nee, welke verschillen in toetsing zijn gehanteerd?
Gevolgen
23. Heeft het college inzicht in de financiële schade voor de organisator, leveranciers, ondernemers en vrijwilligersorganisaties?
24. Heeft na de afgelasting nog bestuurlijk overleg plaatsgevonden met de organisator? Zo ja, wanneer en met welke uitkomsten?
SCHRIFTELIJKE VRAGEN
1. Is het college van mening dat een evenementenverbod of afgelasting uitsluitend als uiterste middel (ultimum remedium) mag worden ingezet?
2. Waarom heeft het college in dit geval niet gekozen voor aanvullende veiligheidsmaatregelen in plaats van een volledige afgelasting?
3. Acht het college het zorgvuldig bestuur om een evenement slechts enkele uren voor aanvang af te gelasten, terwijl vrijwel alle kosten reeds zijn gemaakt?
4. Is het college van mening dat bezoekers van evenementen ook een eigen verantwoordelijkheid dragen bij extreme weersomstandigheden?
5. Deelt het college de opvatting dat de overheid terughoudend moet zijn met het beperken van evenementen wanneer risico's door aanvullende maatregelen kunnen worden beperkt?
6. Kan het college uitsluiten dat sprake is geweest van ongelijke behandeling van evenementen? Zo ja, op welke bestuurlijke afweging baseert het college deze conclusie?
7. Neemt het college adviezen van GHOR en Veiligheidsregio in de praktijk altijd één-op-één over, of vindt altijd een zelfstandige bestuurlijke belangenafweging plaats?
8. Is het college van mening dat de communicatie richting organisatoren en bezoekers tijdens deze afgelasting zorgvuldig en adequaat is verlopen?
9. Welke politieke en bestuurlijke lessen trekt het college uit deze gang van zaken om herhaling in de toekomst te voorkomen?
10. Waarom is niet overwogen het evenement door te laten gaan en direct stil te leggen als daar wel aanleiding voor was?
TOT SLOT
De fracties van Beter voor Vlaardingen en HEEL DE STAD hechten groot belang aan veiligheid. Tegelijkertijd constateren wij dat warme zomerdagen geen uitzonderlijk verschijnsel zijn en dat organisatoren juist daarom investeren in uitgebreide hitteprotocollen en aanvullende veiligheidsvoorzieningen. Uit berichtgeving blijkt dat ook bij Parkzicht Outdoor aanzienlijke extra maatregelen waren getroffen.
Wij vragen ons af of in dit geval niet te snel is gekozen voor het zwaarste instrument, namelijk afgelasting, zonder dat voldoende inzichtelijk is gemaakt waarom minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zouden zijn geweest. Een zeer late afgelasting brengt grote financiële schade toe aan organisatoren, ondernemers en vrijwilligers en tast bovendien het vertrouwen in een voorspelbare en zorgvuldige overheid aan.