13/06/2026
Op 26 oktober 1974, rond 19.05 uur, verandert de kerkzaal van de Scheveningse strafgevangenis abrupt in een gijzelingsruimte. Tijdens een kerkmis met optreden van het koor Ut Captivi Gaudeant (“opdat gevangenen zich verblijden”) springt gevangene Jan Brouwers op en lost twee schoten in het plafond. “Dit is een gijzeling”, roept hij. Daarmee begint een gijzelingsactie die uiteindelijk 105 uur zal duren.
In de ruimte zitten 25 mensen vast: pater Anton de Bot, vijftien koorleden, zeven familieleden (waaronder vier kinderen) en twee bewakers. Vier gedetineerden nemen de controle over, onder wie Jan Brouwers en de Palestijnse vliegtuigkaper Adnan Nuri. De andere gevangenen mogen vertrekken.
De zaal ligt half ondergronds in het gevangeniscomplex, met slechts één zwaar gepantserde toegangsdeur. Dit maakt een directe bestorming risicovol. Een in allerijl geformeerd crisisteam kiest voor vertragen en onderhandelen, met als doel het vrijlaten van vrouwen en kinderen, en het winnen van tijd. Ondertussen wordt de Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers (BBE-M) in stelling gebracht.
Na het mislukken van de onderhandelingen volgt in de vroege ochtend van 31 oktober 1974, om ongeveer 04.00 uur, de bevrijdingsactie. Mariniers dringen de kapel binnen met Uzi’s in de aanslag. Binnen enkele minuten is de situatie onder controle. Geen van de gijzelaars komt om het leven.