11/08/2026
Waarom de Benelux opnieuw één machtsblok moet worden
Het idee om de Benelux verder uit te bouwen en uiteindelijk tot een politieke unie om te vormen, is niet nieuw. Bij de oprichting van het Benelux-parlement werd weliswaar uitdrukkelijk bepaald dat dit parlement geen soevereiniteit bezit en nooit in de plaats kan treden van de nationale parlementen en regeringen. Toch was de Benelux een voorloper van wat later op veel grotere schaal de Europese integratie zou worden.
Die Europese eenmaking vond plaats tegen een heel bijzondere historische achtergrond. Na twee wereldoorlogen moest in de eerste plaats worden voorkomen dat Frankrijk en Duitsland opnieuw tegenover elkaar zouden komen te staan. Tegelijk ontstond de Koude Oorlog en stonden NAVO en Warschaupact tegenover elkaar.
Boven dat alles hing de Pax Americana. De Verenigde Staten namen het leiderschap van de vrije wereld op zich en stonden garant voor de veiligheid van West-Europa.
Dat loste voor Europeanen ongemerkt nog een ander probleem op: we hoefden ons niet langer af te vragen wie Europa leidde. Uiteindelijk waren het de Verenigde Staten. West-Europese landen konden zichzelf daardoor steeds meer beschouwen als leden van één hechte democratische familie.
We vergaten een oude regel van de internationale politiek: staten hebben geen eeuwige vrienden, maar wel blijvende belangen.
De lege stoel aan de Europese tafel
Met de tweede regering-Trump is een zekerheid die decennialang vanzelfsprekend leek opnieuw ter discussie komen te staan. Europa moet er rekening mee houden dat de Verenigde Staten niet onder alle omstandigheden dezelfde rol zullen blijven spelen die ze sinds 1945 hebben vervuld.
Daardoor verschijnt opnieuw een vraag die we lange tijd niet hoefden te beantwoorden: wie leidt Europa wanneer Amerika dat niet meer vanzelfsprekend doet?
We zien de spanningen nu al. Europese staten hebben gemeenschappelijke belangen, maar ze hebben ook concurrerende industrieën, havens, energiebelangen, defensiebedrijven en geopolitieke ambities. Het vastlopen van het Frans-Duitse FCAS-gevechtsvliegtuigproject is daarvan slechts één zichtbaar voorbeeld.
Wanneer de Amerikaanse paraplu minder vanzelfsprekend wordt, zullen de grootste Europese staten onvermijdelijk proberen meer invloed uit te oefenen op de koers van Europa.
Dat hoeft geen kwaadaardig complot te zijn. Het is eenvoudigweg machtspolitiek.
Frankrijk verdedigt Franse belangen. Duitsland verdedigt Duitse belangen. Italië verdedigt Italiaanse belangen.
Wie verdedigt dan de belangen van de Lage Landen? Afzonderlijk zijn we te klein.
Nederland is economisch sterk, heeft belangrijke internationale ondernemingen en beschikt met Rotterdam over een van de belangrijkste havens ter wereld. Maar geopolitiek is zelfs Nederland nét geen grote Europese mogendheid.
België is nog kleiner en wordt bovendien intern voortdurend gehinderd door zijn complexe staatsstructuur.
Luxemburg is welvarend en diplomatiek niet onbelangrijk, maar bezit door zijn omvang nauwelijks zelfstandig geopolitiek gewicht.
Afzonderlijk kunnen de drie dus relatief gemakkelijk onder druk worden gezet.
Daarin schuilt een domino-effect. Niet omdat morgen Franse tanks Luxemburg zullen binnenrijden of Duitsland Nederland zal annexeren. Dat behoort tot een ander Europa.
Het gevaar is subtieler: economische, industriële en institutionele afhankelijkheid.
Wanneer Luxemburg voor zijn strategische keuzes steeds sterker naar een grote buur wordt getrokken, verandert ook het machtsevenwicht rond België. Wanneer België vervolgens onvoldoende gewicht heeft om zijn eigen keuzes te verdedigen, komt uiteindelijk ook Nederland geïsoleerder te staan.
Wie de kleinste dominosteen laat vallen omdat hij hem irrelevant vindt, ontdekt soms te laat dat hij de volgende steen ondersteunde.
Macht is geen vies woord. Daarom moeten we opnieuw over macht durven spreken.
Macht betekent niet noodzakelijk anderen overheersen. Voor kleine democratische staten betekent macht in de eerste plaats voorkomen dat anderen over jou beslissen.
Macht bepaalt hoeveel soevereiniteit wij vrijwillig aan Europa overdragen en hoeveel we zelf behouden.
Macht bepaalt of we onze havens laten samenwerken volgens onze belangen of tegen elkaar laten uitspelen.
Macht bepaalt of strategische bedrijven in eigen handen kunnen blijven.
Macht bepaalt of onze energie-infrastructuur, financiële sector, defensie-industrie en technologische kennis beschermd kunnen worden tegen ongewenste overnames — ook wanneer de koper uit een ander Europees land komt.
Europese samenwerking verandert immers niets aan de fundamentele werkelijkheid dat Europese staten naast partners ook concurrenten blijven.
Landen hebben belangen. Juist goede samenwerking ontstaat wanneer die belangen openlijk worden erkend.
Van drie kleine staten naar één Europese middenmacht.
Nederland, België en Luxemburg kunnen afzonderlijk onvoldoende macht genereren om hun belangen tegenover de grote Europese staten consequent te verdedigen.
De huidige Benelux kan dat evenmin. Zij doet nuttig werk, maar beschikt niet over de politieke bevoegdheden die nodig zijn om als één strategische actor op te treden.
Daarom moeten we opnieuw durven nadenken over de volgende stap: een politieke Benelux-unie.
Niet als een poging om de eigenheid van Nederland, Vlaanderen, Wallonië, Brussel of Luxemburg uit te wissen, maar als een politieke unie waarin de verschillende landsdelen hun taal, cultuur en ruime interne autonomie behouden.
En laat daar vooral voor onze Franstalige landgenoten geen misverstand over bestaan. We gaan niet opnieuw de historische fout maken mensen een andere taal te willen laten spreken dan de taal die zij zelf kiezen. De administratieve taalgebieden worden wettelijk vastgelegd en gerespecteerd: in de Franstalige gebieden is de bestuurstaal Frans, in de Nederlandstalige gebieden Nederlands en in de tweetalige gebieden hebben beide talen hun volwaardige plaats. Welke taal mensen thuis, onder elkaar, in hun vereniging, hun bedrijf of hun culturele leven willen spreken, is vanzelfsprekend hun eigen zaak.
Een politieke Benelux-unie moet ons verenigen waar schaal en macht noodzakelijk zijn, niet uniform maken waar verscheidenheid geen enkel probleem vormt.
Samen vertegenwoordigen we ongeveer dertig miljoen inwoners, een enorme economische productie, wereldhavens als Rotterdam en Antwerpen-Brugge, een sterke logistieke sector, financiële centra, hoogwaardige landbouw, chemie, halfgeleiders en andere technologische industrieën.
Afzonderlijk zijn we kleine landen. Samen worden we een Europese middenmacht.
Eén stem waar het ertoe doet. Daarvoor moet je ook iets durven opgeven.
Het is bijvoorbeeld mogelijk dat één Benelux-staat uiteindelijk minder zetels in het Europees Parlement zou krijgen dan Nederland, België en Luxemburg vandaag afzonderlijk bezitten.
Maar aantallen alleen zijn geen macht.
Drie delegaties die verschillende nationale belangen verdedigen, wegen niet noodzakelijk zwaarder dan één grotere politieke gemeenschap waarvan de neuzen bij strategische kwesties dezelfde kant op staan.
Werkelijke invloed komt voort uit economische omvang, militaire capaciteit, diplomatieke slagkracht, institutionele samenhang en vooral uit het vermogen nee te zeggen wanneer grotere staten iets willen wat tegen onze belangen ingaat.
Benelux én Verenigde Staten van Europa
Daarmee is een politieke Benelux-unie voor ons geen alternatief voor verdere Europese integratie. Integendeel.
Europa zal uiteindelijk veel verder moeten integreren als Europeanen in een wereld van Amerikaanse, Chinese en andere grote machtsblokken zelf over hun toekomst willen blijven beslissen.
Op termijn zullen we daarom naar iets moeten evolueren dat op een Verenigde Staten van Europa lijkt.
Maar ook binnen zo'n Europees federaal verband zal macht ongelijk verdeeld blijven. Een Europa van honderden miljoenen inwoners maakt Nederland niet groter, België niet minder kwetsbaar en Luxemburg niet plotseling tot een geopolitieke macht.
Daarom moeten de Lage Landen vóór die volgende Europese stap hun eigen huis op orde brengen.
We hebben honderden jaren geruzied over grenzen die voor de rest van de wereld nauwelijks zichtbaar zijn. Ondertussen beschikken we over economieën die sterk met elkaar verweven zijn, havens die samen tot de belangrijkste logistieke toegangspoort van Europa behoren en samenlevingen die veel meer met elkaar gemeen hebben dan onze politieke geschiedenis soms doet vermoeden.
De wereld wordt opnieuw harder. Machtspolitiek keert terug en oude zekerheden verdwijnen.
Dan hebben we twee mogelijkheden. We kunnen als drie afzonderlijke kleine staten hopen dat de grote Europese mogendheden onze belangen zullen blijven respecteren. Of we kunnen ervoor zorgen dat ze rekening met ons móéten houden.
Daarom verdient het oude idee van de Benelux een nieuwe ambitie: niet drie dominostenen tussen de Europese grootmachten, maar één staat van de Lage Landen — sterk genoeg om zelf te bepalen welke toekomst hij binnen Europa wil.