20/06/2020
Arie Schaap gekiekt bij zijn afscheid als kooiker van de Naardermeer in januari 1971.
Schaap was er kooibaas vanaf 1953. Over de vangsten van het kooibedrijf deed men altijd nogal geheimzinnig. Een excursie behoorde wel tot de mogelijkheden, maar over het aantal jaarlijks de nek omgedraaide eenden zweeg Natuurmonumenten als het graf.
Het kostte me ca. 15 jaar terug veel moeite om erachter te komen maar het kwam neer op 2000 tot 3000 eenden per jaar.
Eenden werden per ‘waar’ verhandeld. Een wilde eend stond gelijk aan één waar. Smienten, pijlstaarten en slobeenden werden ‘halve eenden’ genoemd en je had er dus twee nodig voor 1 waar. Talingen telden slechts voor eenderde mee. Zo ging het ook met de prijs.
De vangsten van het Naardermeer werden steevast aan grote poeliers verkocht. Van Vollenhove op het Noordeinde in Den Haag was een belangrijke afnemer.
Particuliere afnemers waren er ook zoals mijn vader. Maar het is leuker te weten dat, blijkens een aantekenboekje van de kooiker dat ik tussen de duizenden papieren terugvond, menige eend zijn laatste gang maakte via de borden van de heren Thijsse, Oudemans en Van Tienhoven, die behalve natuurbeschermers kennelijk ook culinaire fijnproevers waren.
De Eendenkooi van het Naardermeer is alleen nog onder Arie Schaap commercieel gebleven. De ca. 3000 eenden die hij jaarlijks tijdens de herfsttrek ving, leverden Natuurmonumenten 3 gulden per stuk op.
OpvolgerJan Verkerke, die lang op Kooilust woonde, heeft de kooi naar zijn zeggen alleen maar gebruikt voor ringonderzoek.
De foto is gemaakt door Hans Gorter, toen directeur van Natuurmonumenten.