09/06/2026
Vandaag heeft MAASTRICHT van NU schriftelijke vragen ingediend over de Nota Ambulante Handel 2026.
De vragen gaan over de omzetting van bestaande vergunningen naar vergunningen voor bepaalde tijd en de gevolgen daarvan voor ambulante ondernemers in Maastricht.
Wij vragen het college om duidelijkheid over de onderbouwing, de juridische gevolgen en de positie van bestaande vergunninghouders.
👇 Hieronder de ingediende vragen.
Aan het college van burgemeester en wethouders van Maastricht
Postbus 1992
6201 BZ Maastricht
Maastricht, 9 juni 2026
Betreft: Schriftelijke vragen over de Nota Ambulante Handel 2026 en de omzetting van vergunningen naar bepaalde tijd.
Schriftelijke vragen
Nota Ambulante Handel 2026 en omzetting vergunningen naar bepaalde tijd.
Geacht college,
Uit berichtgeving blijkt dat bestaande vergunningen voor ambulante handel in Maastricht worden omgezet van een vergunning voor onbepaalde tijd naar een vergunning voor bepaalde tijd van zeven jaar. Daarnaast heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 april 2026 uitspraak gedaan over een vergelijkbare situatie in Groningen.
MAASTRICHT van NU vindt het belangrijk dat ondernemers duidelijkheid en rechtszekerheid hebben. Ook moet de gemeenteraad kunnen controleren of de juridische onderbouwing van dit beleid voldoende is. Daarom stelt onze fractie de volgende vragen.
1. Op basis van welk onderzoek concludeert het college dat er in Maastricht daadwerkelijk sprake is van schaarste van standplaatsen, zoals bedoeld in de Dienstenwet en de recente uitspraak van de Raad van State?
2. Kan het college het onderzoek, de analyse en de juridische onderbouwing waarop deze conclusie is gebaseerd openbaar maken en met de raad delen?
3. Is het college bekend met de uitspraak van de Raad van State van 22 april 2026 waarin een vergelijkbare omzetting van een vergunning voor onbepaalde tijd uiteindelijk werd vernietigd?
4. Welke juridische risico’s ziet het college voor de gemeente Maastricht als vergunninghouders bezwaar of beroep instellen tegen de omzetting van hun vergunning?
5. Waarom kiest het college voor een vergunningsduur van zeven jaar, terwijl in andere gemeenten langere termijnen worden gehanteerd om ondernemers voldoende gelegenheid te geven investeringen terug te verdienen?
6. Is het college het met MAASTRICHT van NU eens dat een termijn van zeven jaar voor veel ambulante ondernemers kort is, gezien de investeringen in voertuigen, verkoopwagens, inventaris, apparatuur, personeel en de opbouw van een vaste klantenkring?
7. Hoe verwacht het college dat ondernemers personeel aannemen, investeren en hun bedrijf verder ontwikkelen wanneer zij na zeven jaar hun standplaats kunnen verliezen aan een andere gegadigde?
8. Op welke wijze heeft het college rekening gehouden met de belangen van bestaande vergunninghouders die soms al tientallen jaren op een standplaats actief zijn en aanzienlijke investeringen hebben gedaan op basis van een vergunning voor onbepaalde tijd?
9. Acht het college het redelijk dat ondernemers die jarenlang hebben geïnvesteerd in hun bedrijf, klantenkring en standplaats na afloop van de termijn opnieuw moeten concurreren voor dezelfde locatie zonder garantie op behoud van hun vergunning?
10. Is het college bereid om de omzetting van bestaande vergunningen te heroverwegen of uit te stellen totdat de raad de juridische onderbouwing en de gevolgen voor ondernemers heeft kunnen beoordelen?
Met vriendelijke groet,
Namens MAASTRICHT van NU,
Jo Smeets
Bert Garnier Henk Koolen Pascal En Monique Ruijters Just Kelly Linda Slootmaekers Petro Mommers Addie Ad Gemeente Maastricht Wat is loos in Mestreech? De Nieuwe Ster RTV Maastricht De Limburger