De geschiedenis van de Weltermolen
De molen behoort tot een van de fraaiste watermolen van Nederland. Geflankeerd door een woonhuis, eveneens gedekt met een mansardedak en twee schuren als bijgebouwen, voorzien van een pannenzadeldak. Met de grote vijver aan de overzijde en de prachtige bomen in de nabije omgeving is het een geliefd wandelgebied. Omdat de molen op een helling ligt maakt hij vanaf
de zijkant gezien een grotere indruk. Daar hangt het waterrad en staat ook de vierkante toren met zijn drie verdiepingen. De molen behoorde tot het Huis Strijthagen tot Welten, ook wel het Huis te Welten genoemd, een kasteel dat er vlakbij lag. In 1381 wordt de molen als Leen van Valkenburg voor het eerst genoemd. In de Franse tijd was het Weltercomplex eigendom van Philippe Henri Veugen en Jean Godefroid Veugen. In 1821 verkocht Philippe Henri Veugen, voor zich en als gemachtigde van Marie Helene Veugen, weduwe van Jean Veugen, de molen met aanhorigheden aan Marie Helena Veugen, getrouwd met Frederik, graaf de Caritat de Peruzzis. Tussen 1837 en 1841 zou de molen in bezit zijn gekomen van de veearts Mathijs Jozef Scheepers, die zich vestigde op de Weltermolen. Hij was getrouwd met Maria Helena Veugen. In september 1870 werd dit huwelijk ontbonden en werd de molen en aanhorigheden verkocht aan Hubert Frederik Hennen, muziekmeester te Londen, en getrouwd met Maria Petronella Josepha Gelekerken. In die tijd werd de molen aangedreven door een bovenslagrad met een middellijn van 3 meter en een breedte van 0,77 meter. Het rad werd in 1878 vernieuwd, waarbij de middellijn op 3,54 meter en de breedte op 0,99 meter werd gebracht. Ook de schoepenkrans werd breder uitgevoerd. Deze werd van 0,30 meter naar 0,50 meter gebracht. Het maalwater werd geleverd door twee vergaarvijvers, die door de Geleenbeek werden gevoed. Bij de bovenloop lagen nog enkele poelen en moerassige gronden, die eveneens tot de molen behoorden. De beek, die haar grondgebied in het nabijgelegen buurtschap Benzenrade heeft, splitste zich in twee takken. Eén tak voerde het water naar de vijvers, de andere was een afslag, die langs de vijvers en het waterrad liep en zich beneden de molen met het maalwater verenigde. Overtollig vijverwater kon via een overlaat eveneens in de afslagtak wegstromen. Eén vijver werd in 1916 gedempt. De loop van de beek en de waterpeilen werden destijds gewijzigd, zodat de nog bestaande vijver minder water ontving en gedeeltelijk verzandde. De gevolgen daarvan waren en zijn nog steeds van grote invloed op het gebruik van de molen. Vanuit de vijver werd het water door een buis met een middellijn verlopend van 40 naar 50 cm onder de molenweg door naar de kanjel gevoerd. Hubert Frederik Hennen kreeg in januari 1898 toestemming om het waterrad te vernieuwen. Er werd een gietijzeren waterrad gehangen met een middellijn van 5,40 meter en een breedte van 1,30 meter met dichtbij elkaar geplaatste plaatijzeren schoepen. Het water werd door een ijzeren kanjel boven ashoogte op de schoepen gebracht. In de kanjel bevond zich een maalsluis, die van binnenuit werd bediend met een haal. Het rad werkte niet als een langzaam rechtsdraaiend bovenslagrad, waarop de schoepen zijn gebaseerd, maar als een linksdraaiend middenslagrad. Er was geen krop en door de gebrekkige constructie van de uitmonding liep er meer water langs dan in de smalle cellen tussen de schoepen. Het waterverlies was dan ook bijzonder groot, zodat de molen slechts korte tijd kon malen omdat de vijver snel leeg was. In dezelfde tijd werd het houten gangwerk vervangen door een gietijzeren voor twee koppels maalstenen. In 1925 werden een elektromotor van 15 PK als hulpkracht, een drijfwerk, een elevator en een luiwerk geplaatst. Een van de twee steenspillen werd door middel van een conische tandwieloverbrenging aangesloten op de as van het drijfwerk die met een riem door de elektromotor wordt aangedreven. De elevator en het luiwerk werden eveneens met een riem op de as aangesloten. Na het overlijden van M.P.J. Gelekerken vond in 1910 een deling van zijn nalatenschap plaats. Hubert Frederik Hennen werd voor 5/8 deel eigenaar, het resterende 3/8 deel kwam toe aan Arnoud of Charles Maria Arnold. Ze was toen artieste in Antwerpen. Later vestigde zij zich weer op de Weltermolen. Na hun dood werd het complex verdeeld onder Maria Henrica Hennen, ze was muzieklerares en woonde bij de Weltermolen; Gabrielle Mathilda Hennen en Theodoor Jozef Eymael, beeldhouwer en getrouwd met Julia Philippa Hennen. In 1963 werd na scheiding en deling het echtpaar Eymael-Hennen eigenaar en na hun overlijden bij scheiding en deling hun acht kinderen. In 1976 verkochten de erfgenamen het huis, molen, schuur, erf, boomgaard, weiland, vijver en landweg aan de gemeente Heerlen. De molen werd in 1945 stilgezet en het gehele complex verkeerde op het einde van de jaren zeventig in een desolate toestand. De gemeente Heerlen zag zich dan ook voor een omvangrijke restauratie geplaatst. De opdracht voor de voorbereiding daarvan werd verstrekt aan de Architectengroep Mertens B.V. De uitvoering vond in de jaren 1980-1982 plaats door de B.V. Bouw- en Aannemingsmaatschappij Vic. Laudy uit Sittard, onder leiding van ing. Ruigt. De gebouwen werden gerestaureerd, het maalwerk gereviseerd, de waterwerken vernieuwd en het waterrad in de oorspronkelijk staat hersteld. De vorm, de stand en het aantal schoepen konden niet veranderd worden omdat op de velgen daarvoor bevestigingsvoorzieningen zijn gegoten. Vanaf de vijver werd een betonnen koker van 80 x 40 cm naar het waterrad gelegd. Op advies van de auteur werd een zwanenhalsvormige watergeleider, bestaande uit twee coulisseopeningen, voor het rad aangebracht en een betonnen krop vanaf de onderste coulisseopening tot de laagste stand van de schoepen. Daardoor werd een zo groot mogelijk vulgraad van de cellen bereikt en de waterverliezen verhoogd, zodat met de beschikbare waterhoeveelheid langer kan worden gemalen. In de zomer van 1982 was de molen gereed en op zaterdag 4 september 1982 werd hij officieel door burgemeester Reyen van Heerlen in gebruik gesteld. Tijdens de restauratie in 1982 verkocht de gemeente Heerlen het complex aan Willen Theodoor Jozef Jongen, directeur van een bouwmaatschappij in Heerlen. Het complex is nu in 2009 nog steeds in zijn bezit.