20/12/2022
Onder het bewind van Napoleon werd in 1804 het burgerlijk wetboek ‘Code Civil’ of ‘Code Napoléon’ ingevoerd.
Met behulp van de Burgerlijke Stand kon Napoleon o.a. de dienstplicht ten behoeve van zijn leger beter afdwingen en een efficiëntere belastingheffing invoeren.
In Nederland werd de burgerlijke stand pas in 1811 ingevoerd. De feitelijke invoering verschilde van plaats tot plaats.
In Hardenberg gebeurde dat op 12 mei 1811, de maire (burgemeester) publiceerde richtlijnen hoe en onder welke voorwaarden de aangifte van pasgeboren kinderen en overleden ingezetenen moest plaatsvinden. De ‘bekendmaaking’ werd gepubliceerd en ‘affixie’ (aanplakking) geschiedde aan het gemeentehuis.
- BEKENDMAAKING -
De maire der gemeente Hardenbergh brengd hiermeede ter kennisse van de respective ingezetenen, dat bij den tweeden titul van het wetboek Napoleon, handelende over de acten van den Burgerlijken Stand, onder anderen is bepaald:
1. dat alle geboorten binnen drie daagen na de verlossing, aan hem met vertooning van het kind zullen worden verklaard door den vader, of bij ontbreeken van denzelven door de geneesheere of heelmeester de vroedvrouwen, de ambtenaaren van gezondheid of andere persoonen die bij de bevalling zijn tegenswoordig geweest en dat daarvan terstond in tegenswoordigheid van twee getuigen eene acte van geboorte zal worden opgemaakt, welke zal moeten inhouden den dag, het uur en de plaats der geboorte, het geslacht van het kind en de voornaamen die aan 't zelve geven zullen worden, mitsgaders de voornaamen, de naamen, het beroep en de woonplaats van de vader en moeder en van de getuigen. Zullende wanneer de moeder buiten haare woonplaats bevallen is, de opgemelde verklaaring moeten worden gedaan door dengeenen bij wien zij bevallen is.
2. dat geene begraving mag geschieden zonder eene authorisatie van den ambtenaar van den Burgerlijken Stand, die van 't overlijden eene acte zal moeten opmaaken op verklaaring van twee getuigen, die zo mogelijk de twee naaste bloedverwanten of geburen zijn moeten (of zo iemand buiten zijne woonplaats overleeden is, diegeen bij wien het sterfgeval is voorgevallen, geadsisteerd door een bloedverwant van den overledenen of van andere tweede getuige), en welke acte zal moeten bevatten de voornamen, den naam, den ouderdom, het beroep en de woonplaats van den overledenen, de voornamen en de naam van deszelfs echtgenoot, zoo de overledene gehuwd of in den weduwelijken staat gestorven is, mitsgaders de voornamen, de namen, den ouderdom, de beroepen en de woonplaatsen der getuigen en derzelve graad van namaagschap tot den overleedenen.
Gelastende diensvolgens op straffe als bij de wet bepaald, dat voortaan de ingezetenen deezer gemeente zich dienovereenkomstig, zowel ten opsichte de geboorten als van sterfgevallen, gedraagen en is het bij deezen den doodgraveren bij deeze gemeente wel expresselijk verbooden om eenige begraving te doen zonder dat aan hun het deswegen door den maire afgegeven consent zal zijn vertoond en overgegeven.
Terwijl bij deezen al verder den ingezetenen deezer gemeente wordt geïnjurieert en gelast, om voorzoverre eenige geboorten of sterfgevallen in hunne familiën zederdt den 13en april laatstleeden tot heeden mogten hebben plaatsgehadt, daarvan alnog op den voet voormeld aangaave te koomen doen op 't gemeentehuis te Hardenbergh op aanstaande vrijdag den 17en deezer des voordemiddaags van 9 tot 12 en des agtermiddaags van den juisten tijd der geboorte en der voornaamen die de geboorenen zijn gegeven, gelijk ook van den juisten dag van het afsterven der overledenen, teneinde alzo aan de in deezen begaane omissiën die uit het gemis van 't wetboek Napoleon en den daaruit ontstaande onbekendheid met deszelfs inhoud zijn voortgesprooten, best mogelijk worden [tegemoet gekoomen].
Zullende hiervan tot een ieders naricht publicatie en affixie geschieden van en aan 't gemeentehuis te Hardenbergh op heeden den 12en mey 1811,
De maire Ant. van Riemsdijk.
Het origineel van bovenstaand document wordt bewaard in het archief op het gemeentehuis in Hardenberg. (Toegang 003-118, transcriptie Gewillem Grimmerink)