09/05/2026
Verhaaltje en foto van mei.
Muziek rond het aambeeld
“Was maar alles opgeschreven. Je zou er een boek mee kunnen vullen”, zegt oud-Harmonievoorzitter Willem Nijhuis over de geschiedenis van de Diepenheimse muziek. Zijn verhalen en die van anderen, die eveneens al zo’n mensenleven lang deelhebben aan het alweer drie en tachtig jaar bestaande korps, vormen een rijke bron waaruit veel wetenswaardigheden over de muzikanten van het stedeke opborrelen.
Na de oprichting in 1901 begon het aanvankelijk vrij bescheiden gezelschap musici intensief te oefenen. In het begin gebeurde dat in de smederij van Klein Heksels, waar men zich rondom het aambeeld schaarde. Waar overdag het lied van de arbeid klonk vielen des avonds regelmatig de klanken van de trompetten en de trommels te beluisteren. De zuiverheid en welluidendheid zullen in die beginperiode wel een wat te wensen hebben overgelaten. Maar men schijnt best tevreden te zijn geweest met de eerste bescheiden stappen op de toonladders en met enige trots werd soms gewag gemaakt van de in die smederij geleverde muzikale prestaties. Zo af en toe, wil de overlevering, ging één der muzikanten naar buiten om te horen hoe het klonk. En op het “noa hoo is’t” moet hij eens hebben gereageerd met een “’t bunt net örgels”. Een constatering, die kennelijk inhield, dat het grote klasse was wat daar in die oude smederij ten gehore werd gebracht. Maar al snel vond men een meer passend repetitielokaal. De smidse van Klein Heksel werd verruild voor de hal van de school Stedeke. Elke zaterdagavond werd daar geoefend. Door-de-weeks kwamen de muzikanten vaak voor een extra repetitie ook nog bijeen in het huis va de familie Bittink. Alle drie jongens van Bittink waren lid van de Harmonie. Op die vrije oefenavonden waren er dikwijls tien tot vijftien leden present. Soms was het in het kleine huisje aan de Middenstraat zo vol, dat Kolstèè Hendrik Jan met z’n grote trom op de deel moest zitten. In dat oude huis aan wat eertijds de Achterstraat werd genoemd, waren de muzikanten altijd welkom, moeder Anneken Bittink schonk er met gulle hand koffie en er werd geblazen, dat de stukken eraf vlogen. Eigenlijk zou dat oude pandje in het eeuwenoude straatje ook een beetje behoord hebben tot de kleine monumenten van de Harmonie. Maar het is al lang gesloopt en de plek behoort nu tot de deels tandeloze mond waartoe de Middenstraat is verworden. In onderling verband is later ook wel een geoefend in de achtertuin van Herschel.
Uit “Met de grote trom voorop” van W. Rietman
Uit ons fotoarchief: Oprichters van de Harmonie voor de smederij van Op 't Klein heksel, waar de oprichting plaatsvond. V.l.n.r.: J. Nijhuis, K. Op 't Klein Heksel, H. Hondelink, G. Schoman, H.J. Hidders, J. Nijstad, F. Brinkman, A. Op 't Klein Heksel, A.J. Floor, G.J. Wolbers.