27/06/2021
Ad de Raad uit Culemborg vertelt over zijn vader, melkboer Leid de Raad
Ad de Raad, geboren in 1950, is een zoon van 1 van de 19 melkboeren in Culemborg, Leid de Raad. Als klein jochie ging Ad vaak mee met de wagen om zijn vader te helpen. Leid is actief geweest als melkboer tussen 1925 en 1975.
Vaak ging de jongste zoon van een boer de melk uitventen. De vader van Ad had naast zijn melkrondes een boerenbedrijf. Zijn hele leven kon zijn vader niet zonder koeien; Ad lijkt op zijn vader. Ook hij houdt nog koeien, alhoewel hij een andere carriere heeft gehad, hij heeft namelijk 34 jaar op het gemeentehuis gewerkt.
De vader van Ad ging alle ochtenden behalve de woensdagochtend melk uitventen in zijn wijk. De wijk van Leid van Raad besloeg onder andere Achter ’t Zand, Nieuwstraat, Lepelstraat, Oosterwal en een stuk van de Zandstraat.
Culemborg was verdeeld in 19 ‘wijken’. Naast melk werd er karnemelk, gortepap en bloempap verkocht. Op woensdagochtenden ging Leid de Raad altijd naar de veemarkt in de Brabanthallen in Den Bosch. Hij ging dan ‘schorsen’: pinken en stieren kopen om mee te handelen. Dat hield in ’s ochtends kopen met een compagnon en aan het eind van markt weer doorverkopen. Ook voor eigen bedrijf werd er ingekocht.
Paard en wagen
‘s Ochtends ging Leid zijn paard halen dat in de wei stond waar nu Zorgcentrum De Kulenburg is, aan Achter De Raaf. Dan ging hij met paard en wagen naar het uitgiftepunt in de Ridderstraat, naar de CUMECO (Culemborgse Melk Centrale). Over het paard met wagen rijden, zei Leid altijd: ‘Ik rij 1 op niks’! Andere melkventers hadden ook wel bestelbusjes of bakfietsen. Met zijn ronde was hij bezig van half 8 tot ongeveer 12 uur. Het was dus eigenlijk een baan voor halve dagen die behoorlijk goed verdiende; ongeveer 100 gulden per week. Een fabrieksarbeider verdiende in die tijd ongeveer 75 gulden per week.
Om het salaris nog wat aan te vullen gingen de melkboeren zelf andere producten toevoegen aan hun assortiment, zoals kaas, boter, eieren en limonade. Deze vorm was de voorloper van de SRV-wagens.
De betaling door de klanten was soms moeizaam. Mensen wilden soms op de pof geleverd krijgen en bij de overstap van de ene naar de andere wijk waarschuwden de melkboeren elkaar over slechte betalers. De poffers kwamen er steeds mee weg door smoesjes als ‘Ik ben van weekloon naar maandloon gegaan’ of er stond een kind in de gang om de spullen in ontvangst te nemen en er was dan geen ouder te zien. De kosten konden bij de melkboer opgeschreven worden; betaaldag was dan zaterdag.
Wat namen van andere melkboeren zijn: Piet Mesu, de gebroeders Compier, Piet Barneveld, Jo Helmond, Rinus Wammes, Cees Bosschaart en dhr. Borgstein, die boven de CUMECO woonde.
Communistisch systeem
Bij de CUMECO werkten een aantal mannen, waaronder Stef Snoek, Wim van Haren en Sjors van Wijk. Zij noteerden de bestellingen van de melkboeren en gingen de melk ophalen met de vrachtwagen bij de melkfabriek in Buren en deden het administratieve werk, zoals het noteren van de melkafname.
De CUMECO werkte volgens Ad als ware het een communistisch systeem; ze vingen elkaar altijd op. Als er een melkboer ziek was of met vakantie ging, dan werd hij altijd vervangen door een andere. Ook de verdiensten werden gelijkelijk verdeeld. Als je namelijk een wijk had waar de huizen veel verder uit elkaar lagen, was je veel meer tijd kwijt met minder omzet. Om dat op te heffen deelde men alles gelijkelijk. In latere jaren werden melkwijken wel verhandeld; voor zelfs 20.000 gulden als goodwill, vertelt Ad. In de laatste jaren van het bestaan van de melkboeren waren de wijken niets meer waard. De supermarkten waren in opkomst en de klanten gingen daar hun inkopen doen.
Ook merkt hij op dat de verzuiling nog enorm sterk was. Als je katholiek was, kwam je alleen bij de katholieke bakker. Er waren zelfs middenstanders die iedereen te vriend wilden houden en dus ook alle melkboeren. Zij namen dan 1 liter melk af van elke melkboer.
Op de foto zie je Ad als jongen van 12 jaar op de wagen met hit Bruno voor de bok.