18/01/2026
Een basisvoorziening, maar gefinancierd alsof het een hobbyclub is
De brandweer heeft “jonge aanwas” nodig, zegt de nieuwe voorzitter van Brandweer Nederland Jolanda Trijselaar. En de opleiding moet “slimmer en concreter”, want niet elke post heeft een spoorlijn of hoogbouw in de achtertuin. Klinkt logisch. Klinkt zelfs modern. Efficiënt. Lekker bestuurlijk. Alleen: wie goed luistert, hoort vooral iets anders. Namelijk het oudste trucje uit de Haagse gereedschapskist: maak van een politieke keuze een maatschappelijk probleem. Dan hoeft niemand schuld te hebben. Dan “verandert de samenleving”. Dan “staan vrijwilligers onder druk”. Dan is het ineens een soort natuurverschijnsel. Zoals mist, vergrijzing, of de herfst.
De cijfers die rondgaan, zijn niet mals: minder tankautospuiten, minder specialistische voertuigen, minder duikteams, duizenden mensen minder op sterkte. Je kunt eindeloos praten over betrokkenheid, binding en roosters, maar als je structureel capaciteit afbouwt, krijg je precies wat je organiseert: paraatheidsproblemen. De term is pijnlijk raak: “georganiseerd”. Niet per ongeluk. Niet omdat jongeren ineens massaal de bank verkiezen boven de brandweer. Gewoon omdat er jaar na jaar een paar procent af ging. Kaasschaaf. Iedere keer een dun plakje. Tot je op je knieën zit te schrapen op de kaasplank.
En dan komt het moment waarop je met een stalen gezicht zegt: we halen de norm niet meer omdat de samenleving verandert. Nee. Je haalt de norm niet meer omdat je hem hebt uitgekleed. Want ondertussen hebben we in Nederland een brandweer die “van ons allemaal” moet zijn, maar eigenlijk van niemand is. 25 veiligheidsregio’s. 25 autonome werelden. 25 interpretaties van wat “voldoende” is. En als het spannend wordt, verschuilen we ons achter die autonomie alsof het een brandwerend scherm is.
Dat levert een prachtig systeem op: een landelijk uniform verhaal, met lokaal allerlei varianten.
In beleidsnota’s heet dat “maatwerk”. In de praktijk heet dat: rommelen met minima. Neem het idee om de opleiding “korter en lokaler” te maken. Op papier klinkt dat als het ontstoffen van een log systeem. In werkelijkheid ruik je iets anders: risicoselectie met een rekensom. Vandaag geen hoogbouw? Dan morgen ook niet. Vandaag geen spoor? Dan trainen we het niet. Tot het wél gebeurt. En dan staan we voor de klassieker: de werkelijkheid is altijd creatiever dan het beleidsplan.
De vakvereniging (VBV) zegt iets ongemakkelijks, en daarom is het waardevol: vrijwilligheid is niet dood. Het is de organisatie die haar vrijwilligers in een steeds smaller jasje probeert te persen. Kazernes die vroeger 24 tot 28 mensen hadden, draaien nu met 16. En dan verbaasd zijn dat je doordeweeks geen zes mensen uit bed krijgt tussen negen en vijf. Dat is geen “maatschappelijke trend”. Dat is simpel rekenen.
En ondertussen zie je het landelijk toneelstuk:
• Een voorzitter die de burger geruststelt: “De burger rekent op ons.”
• Regio’s die in stilte schuiven met bezetting, functies en normen.
• En een inspectie die al een tijdje roept: jongens, de grenzen zijn bereikt.
Maar ja, inspecties roepen wel vaker. En aanbevelingen zijn in Nederland ongeveer even bindend als een goede voornemenslijst op 2 januari. De wrange kern is deze: we hebben de brandweer ingericht als cruciale basisvoorziening, maar gefinancierd alsof het een hobbyclub is. Vrijwilligers zijn een kracht, absoluut. Maar vrijwilligers zijn geen gratis vervanging voor structurele slagkracht. Je kunt niet blijven leunen op “de ruggengraat” en tegelijk de wervelkolom zagen.
Dus ja: werf jongeren. Moderniseer de opleiding. Maak het aantrekkelijker. Maar als je daarna niet óók doet wat pijn doet, namelijk weer investeren in mensen en materieel, en landelijk harde ondergrenzen afspreken, dan ben je bezig met symptoombestrijding.
Dan plak je een pleister op een bezuinigingswond en hoop je dat het bloed stopt omdat je er een communicatiecampagne bij zet. En daar zit de waarheid die niemand hardop wil zeggen:
De brandweer staat niet onder druk door te weinig idealisme. De brandweer staat onder druk door teveel bestuurskunde.
Stop met kaasschaven. Stop met doen alsof “autonomie” een natuurrecht is. En stop vooral met het romantiseren van de vrijwilliger als wondermiddel tegen tekorten die je zelf hebt aangelegd.
Want de burger rekent inderdaad op de brandweer. Alleen rekent de brandweer al jaren op iets wat in Den Haag structureel ontbreekt: ruggengraat
foto: Paul van Woerkum