05/06/2026
Eten voor het vaderland
Elke maandagmorgen houden we op de ambassade de zgn. ‘kick-off’, de bijeenkomst van een half uur waarin we met alle medewerkers van de ambassade de komende werkweek doornemen. Deze week vormde de kick-off tevens een goed moment voor een groepsfoto in aanloop naar de World Bicycle Day. Een groot deel van ons team komt bijna dagelijks op de fiets naar de ambassade - een praktisch, duurzaam en aangenaam vervoermiddel in het hart van de stad. Als van één ambassade in Parijs wordt verwacht dat zij stilstaat bij World Bicycle Day, dan is het wel de Nederlandse.
Nu vraagt u zich wellicht af waarom de ambassadeur niet op die foto staat. Dat is niet omdat ik geen fiets heb, sterker nog, ik gebruik hem ook haast dagelijks voor het woon-werkverkeer. Maar ik was op die maandagmorgen alweer in beslag genomen door een andere bijeenkomst, in dit geval op de residentie. U kunt zich voorstellen dat er op een diplomatieke post ook regelmatig zaken spelen die niet meteen op Facebook gedeeld kunnen worden, toevallig had ik er daar deze week verschillende van, zowel op economisch als op politiek terrein.
Een mooi openbaar moment was de uitreiking aan het einde van de dag van het Ereteken voor Verdienste aan kolonel Christian Bachmann, de Franse defensieattaché in Nederland tussen 2021 en 2024. Hij ontving deze onderscheiding wegens zijn proactieve en waardevolle bijdrage aan de Frans-Nederlandse militaire samenwerking, die in die periode een forse impuls kreeg. Kolonel Bachmann was veel meer dan alleen een vertegenwoordiger van de Franse belangen; hij bleek een echte verbinder te zijn, die in staat was een klimaat van vertrouwen te creëren tussen de operationele en politieke culturen van beide landen. Zo’n uitreiking is ook een uitgelezen moment voor ons om informeel de banden met de Franse krijgsmacht aan te halen.
De volgende ochtend ontbeet ik samen met andere EU ambassadeurs met de Franse onderminister voor Defensie, Alice Rufo. Mevrouw Rufo is een goede bekende van de ambassade, vanwege haar eerdere ambtelijke rollen als adviseur op het Elysée en als DG op het Ministerie van Defensie. De context van het gesprek werd gevormd door de oorlogen in het Midden-Oosten en de Franse rol in Libanon. Frankrijk is daar operationeel actief in UNIFIL, de ook in Nederland bekende VN-operatie, die dezer dagen helaas letterlijk onder vuur ligt. Maar Frankrijk voelt ook een grote politieke verantwoordelijkheid en doet zijn best het Libanese leger te versterken, zodat dat uiteindelijk Zuid-Libanon kan stabiliseren. Uiteraard kwamen ook de Franse blik op de Europese veiligheid en de inspanningen voor Oekraïne aan bod.
Dinsdagmiddag weer een middagje werken in de trein, want samen met Martijn Adelaar en Max de Redelijkheid van het economische team togen we naar Toulouse voor een bliksembezoek. U herinnert zich dat het Koninklijk Paar daar vorig najaar een officiëel bezoek aflegde, vergezeld door een grote handelsmissie. Er werd toen ook een ‘feuille de route’ voor verdere samenwerking tussen Occitanië en Nederland ondertekend. Deze samenwerking focust zich niet alleen op gebieden als aeronautica en robotica in de landbouwsector, waar de regio erg geavanceerd in is, maar bestrijkt ook onderwerpen als windenergie, groene mobiliteit en cultuur. Met prefect Durand en zijn equipe namen we door wat er tot nu bereikt is, maar vooral ook hoe we ervoor zorgen dat de samenwerking vaste grond onder de voeten krijgt.
Deze week was er in Parijs veel aandacht voor Nederlandse literatuur, want de Paris Book Market (oorspronkelijk bedoeld om de Franse literatuur bij internationale uitgevers te promoten) had voor het eerst een ander land uitgenodigd als ‘focusland’, en dat was Nederland. Amper terug uit Toulouse, mocht ik bij het Atelier Néerlandais een bijeenkomst voor Franse en internationale uitgevers openen, waarbij schrijvers Emma Doude van Troostwijk, Raoul de Jong en Jaap Robben geinterviewd werden. De uitgevers werden door het Letterenfonds bijgepraat over de Nederlandse literatuur, omringd door een tentoonstelling van bekroonde Nederlandse illustraties (de winnaars van de Gouden en Zilveren Penselen) uit het Literatuurmuseum in Den Haag. Op de markt zelf hadden Nederlandse uitgevers tientallen afspraken met hun Franse en internationale collega’s om hun Nederlandse boeken te promoten en te verkopen. Hopelijk leidt dat de komende tijd tot veel mooie nieuwe Franse vertalingen van Nederlandse boeken. Want laten we eerlijk zijn: de rijkdom van de Nederlandstalige literatuur is in Frankrijk nog onvoldoende bekend.
Op woensdagavond ontving ik Steven van Rijswijk, CEO van ING Bank. Op zijn suggestie had ik een aantal bestuurders van Franse transportbedrijven en investeringsfondsen aan tafel uitgenodigd, evenals Sophie Mourlon: sinds een maand secretaris-generaal van RATP (het op drie-na-grootste grootste openbaar vervoersbedrijf ter wereld) en daarvoor als topambtenaar betrokken bij het Franse klimaat en energiebeleid. Er ontvouwde zich een boeiende discussie over hoe drie doelstellingen hand-in-hand zouden moeten gaan: het verminderen van de CO2-uitstoot, het versterken van de Europese economie en het zeker stellen van onze weerbaarheid en autonomie. Daarbij moeten we binnen Europa gebruik maken van het innovatief vermogen van onze bedrijven, financieringskracht van banken en investeerders en slim beleid.
Donderdagmorgen was ik in de Assemblée Nationale om ‘geauditionneerd’ te worden door Kamerlid Bertrand Bouyx (van de partij Horizons & Indépendants) in zijn hoedanigheid als rapporteur van het wetsvoorstel over de ratificatie van het Verdrag tussen Sint-Maarten en Saint-Martin, bedoeld om de grens tussen beide delen van het eiland te verduidelijken. Ik vertelde u hier al eerder over, toen ik in april nog met senator Michelle Gréaume over hetzelfde onderwerp sprak. Inmiddels is het wetsvoorstel aangenomen door de Senaat en staat het op de agenda van de Assemblée Nationale. Ik gaf een toelichting over de verhoudingen tussen de vier landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden, en wat dit betekent voor het afsluiten van Verdragen met buurlanden van het Koninkrijk. Als ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden in Frankrijk vertegenwoordig ik namelijk alle landen van het Koninkrijk, en in dit geval dus ook Sint-Maarten. Rapporteur Bouyx moet voor de vergadering van de commissie buitenlandse zaken op 1 juli zijn rapport afronden. Ik waardeer het enorm dat hij de moeite heeft genomen om met mij te spreken en zich er van te verzekeren dat het Koninkrijk positief kijkt naar de verduidelijking van de grens tussen Sint-Maarten en Saint-Martin, een aanpassing van de historische grens die in 1648 werd getrokken.
De geografische reikwijdte van de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden is groot, toch stelden we vast dat de wereld soms ook klein is. Dit weekend ontmoet ik Kamerlid Bouyx opnieuw, want als gekozene voor de Calvados is hij ook aanwezig bij de D-Dayherdenkingen in Normandië, waarover hieronder meer.
Gisteravond nam ik deel aan een interessant en prikkelend discussiediner over EU-kandidaatlidstaat Moldavië, georganiseerd door de European Council on Foreign Relations (ECFR). Ik weet niet of u een duidelijk beeld heeft van Moldavië. Het kleine Europese land ligt opgesloten tussen Roemenië en Oekraïne. Een deel van het land, Transnistrië, waar Russische troepen gelegerd zijn, heeft zich de afgelopen decennia onttrokken aan het centrale gezag in Chisinau. Tijdens het diner deelde voormalig MP Recean zijn waardevolle inzichten over de voortgang van de toetredingsonderhandelingen en de grote wens van Moldavië om snel bij de EU aan te sluiten.
Een mooie bijkomstigheid was dat ik nu ook eens kon eten in restaurant Bofinger, vlakbij de Place de la Bastille. Een echte Parijse brasserie met een ‘art nouveau’ / ‘art déco’ interieur, in de sfeer van tenten als la Rotonde, la Coupole, Terminus Nord en Mollard.
Ook vanmiddag was het weer eten voor het vaderland (zoals bij meer dan de helft van de maaltijden deze week), want met mijn Belgische en Luxemburgse collega ontving ik Aurélien Lechevallier, de ‘directeur de cabinet’ van Minister Jean-Noël Barrot (Europa en Buitenlandse Zaken). In het Franse systeem zijn de kabinetsdirecteuren (en hun medewerkers) kernspelers bij het ontwikkelen en uitvoeren van het beleid. Een uitgelezen kans dus om over de meest actuele kwesties in het Franse buitenlandse beleid te praten, met iemand die niet slechts dichtbij het vuur zit, maar geregeld er middenin.
Dan zijn we alweer aan het einde van de week beland, tijd om richting Normandië te gaan voor de jaarlijkse herdenking van D-Day 6 juni 1944, de landing van de geallieerden. Ik schrijf dit bericht terwijl ik daar naartoe op weg ben en wanneer u dit leest, sta ik waarschijnlijk op het strand van Arromanches, waar 82 jaar geleden de Prinses Irene Brigade landde, met het regiment dat daaruit is voortgekomen, namelijk het 17de Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene. Maar daarover vertel ik u volgende week meer…
Hartelijke groet,
Jan Versteeg