24/02/2021
Wim Peeters, boomkenner, lector Boombeheer :
"Ik word steeds vaker om de oren geslagen met argumenten waarom we bossen zouden moeten kappen omwille van het biodiversiteitsherstel. Ik snap daar niks van. Alsof bossen niet zouden bijdragen aan de biodiversiteit.
Het idee is altijd: als het echt moet, dan compenseren we dat bos wel elders. Tja, als je zo denkt over bossen, dan verbaast het me niks dat je ook schrijft dat bos niet het ultieme ecosysteem is. Ik heb geen idee aan welke criteria een ‘ultiem ecosysteem’ zou moeten voldoen, in ons klimaat is het bos wel de climaxvegetatie.
En dan is oud bos daar ook nog eens de overtreffende trap van.
Boscompensatie, dat zijn in het beste geval jonge boompjes die aan de rand van een bestaand bos op een akker geplant worden. In het slechtste geval worden ze ver weg van bestaande bossen geplant. Er wordt dan climaxvegetatie aangeplant in een pioniersituatie. Dan moet je op een korte termijn alle stappen in de successie overslaan en dan zit je nog steeds niet verder dan een pionierbos. Een jong bos is geen oud bos. Pionierbossen hebben we wel in Vlaanderen, old growth forest, oud bos met oude bomen hebben we absoluut niet en op deze manier hebben we dat over 100 jaar nog altijd niet.
Bossen in Vlaanderen zijn nog heel vaak productiebossen. Geen boom of hij moest opbrengen. En dat geldt voor bossen al helemaal. Dat die bossen dus ecologisch gezien niet de meest waardevolle bossen zijn, is dan ook geen verrassing; De ecologische waarde van bossen, moerassen, heide en andere biotopen, is nog maar heel recent tot ons gaan doordringen. Het is dan geen verrassing dat we die biotopen willen herstellen. Op zich is daar ook niks mis mee.
Het is natuurlijk van de pot gerukt wanneer we natuur tegen natuur gaan afwegen om nieuwe natuur te maken. Bossen zijn minder biodivers dan heide, dan moerassen, dan oud weiland. Noem maar op. Is dat de schuld van die bossen of komt dat door onze kortzichtige productiegerichtheid? Er moet in de bodem maar een spoortje van andere natuur te vinden zijn en we maken van bossen nieuwe natuur. Niks tegen natuurinrichting, maar ik heb het gevoel dat de slinger de verkeerde kant uit gaat. Als je daar vragen bij stelt, wordt je ook al snel als verdacht en tegen-de-natuur weg gezet. Een romantische bomenknuffelaar, aanhanger van Peter-de-boswachter. Iemand die er niks van kent en het belang van biodiversiteit niet wil snappen.
Begrijp me niet verkeerd, ik heb niks tegen heideherstel of de opwaardering van natte natuur.
Waar het me om gaat is dat we bossen als wegwerpproducten zien. Ik heb het hier al vaak gezegd en zal het nog vaak herhalen. Bossen zijn geen verzameling bomen. Een bos is een ecosysteem. Wanneer dat ecosysteem weinig biodivers is, dan komt dat niet door het bos an sich. Die biodiversiteitswaarde – of het gebrek er aan- is altijd het gevolg van het bosbeheer uit het verleden. Een saai productiebos kappen en vervangen door een ander, ecologisch waardevoller bos op een andere plek, is dan een lachertje. Iets wat je moeilijk ernstig kan nemen. Je vernietigt de eerste stappen naar de opbouw van een duurzaam ecosysteem. Je kan natuurlijk elders een gelijkjarig bos aanplanten. Dat gelijkjarig bos kan dan uit meerdere soorten bestaan. Daar kunnen dan open plekken in gemaakt worden, het is en blijft een gelijkjarig en dus structuurarm bos.
Bossen worden ecologisch interessant wanneer ze niet alleen gevarieerd zijn in soorten, maar ook in structuur. Oude en jonge bomen door mekaar, afgetakelde bomen, bomen die sterven. Open plekken. Licht en lucht. Zon en schaduw. Dan maakt het zelfs niet uit dat daar zwarte dennen in plaats van inheemse grove dennen staan. Hybridepopulieren zijn dan al net zo goed als autochtone bomen. Alles beter dan een bos kappen om elders een biodivers bos aan te planten. In een bestaand productiebos kun je variatie in de structuur brengen door bomen te laten groeien, andere te ringen of door ze om te trekken. Hier en daar eentje omzagen kan dan gerust. Die mag dan zonder enig probleem een paar andere bomen of takken meenemen wanneer die omvalt. Alles is beter dan een bos te kappen om een meer biodivers bos te maken.
De biodiversiteit van bos vraagt tijd. De meest courante korstmossen bv vind je alleen op oude bomen. Nieuwe bomen planten om dat soort biodiversiteit te stimuleren is een illusie, precies omdat die zo traag evolueren. Dat geldt niet alleen voor korstmossen, ook saprofiele kevers, de flora van oud bos, houtafbrekende zwammen, ze gaan allemaal verloren bij het compenseren van bos. De biodiversiteit die bij oude bossen met oude bomen hoort, die kunnen we niet met natuurinrichtingsprojecten afdwingen, precies omdat die zo veel tijd vragen. Dat is geen instant natuur die je zomaar kan herstellen of – nog dwazer- elders kan compenseren. En op dat punt zijn de meeste pleidooien voor biodiversiteitsherstel oorverdovend stil.
Op de foto een open plek met eikvaren. In het bos staan jonge bomen, dode bomen, oude bomen en aangetaste bomen door mekaar. Alle inspanningen ten spijt hebben we nog steeds veel te weinig van dergelijke biodiverse bossen in Vlaanderen."