27/04/2026
Ik ging het eerst niet doen, omdat de aanvallen op PVDA geen steek houden. En ik dus niet vind dat wij ons moeten verdedigen – zo ging ik vroeger op de speelkoer ook met pestgedrag om. Dit is ook exact wat ik mijn twee zoontjes aanraad: pesters? Mensen die liegen? Mensen die bewust anderen pijn doen? Negeren maar. Er zijn zoveel grote problemen in de wereld, en ook volop kleine gelukjes die wél onze aandacht verdienen.
Ik ging het eerst niet doen, omdat de mensen in mijn omgeving reageren: “Waarom zeggen ze niet gewoon dat ze uit de partij zijn gestapt voor het geld?”.
Maar toen zei een collega: “Als ze ons frontaal aanvallen, dan mogen wij toch ook van ons afbijten?!” Ik ging het eerst niet doen, maar nu doe ik het dus wel: mijn relaas. Want het sterkste wapen? Dat is het woord. En het wederwoord – zoals schrijfster Gaea Schoeters ons gisteren nogmaals bewees bij de inhuldiging van haar kunstwerk in Sint-Niklaas.
Het is altijd goed om eerst de feiten op een rij te zetten:
• 4 parlementsleden van PVDA zijn deze legislatuur opgestapt en zetelen als onafhankelijke of bij een andere partij
• 1 Europees parlementslid, 1 Brussels en 2 Waalse parlementsleden
• Een Vlaams volksvertegenwoordiger verdient elke maand 8186,25 euro + 2.649,88 euro onkostenvergoeding
• Een volksvertegenwoordiger bij PVDA leeft aan een gemiddeld arbeidersloon: de helft van de mensen in België verdienen nog minder dan ons
• Onder druk van PVDA zijn de vertrekpremies al verminderd, maar ook vandaag geldt: als ik niet herverkozen wordt, ontvang ik toch tienduizenden euro’s
• Alle PVDA-volksvertegenwoordigers geven alle vertrekpremies aan de staat: na de vorige verkiezingen bespaarden wij de samenleving zo bijna 2 miljoen euro – mooi toch! 😊
Ik ken de 4 kameraden niet allen persoonlijk. Maar Rudi wel. Rudi en zijn hondje Jimmeke. Tijdens de verkiezingscampagne vroeg ik aan quasi iedereen om zeker ook “de allereerste arbeider ooit naar het Europees parlement te stemmen.” Want daar ben ik rotsvast van overtuigd: er zetelen te weinig arbeiders in onze parlementen. Zes op de tien mensen zijn arbeiders, maar toch zetelde er nog geen enkele arbeider in het Europees parlement?
Mensen met een fysiek zware job leven gemiddeld 6 tot 9 jaar minder lang dan personen met een zittend beroep, en toch zijn zij quasi niet vertegenwoordigd? Mijn ouders zijn ook “kapot gewerkt”, want dat is wat zware arbeid met je doet.
Rudi kreeg zijn zetel in het Europees parlement dankzij het werk van duizenden leden en sympathisanten. Ook dankzij mijn papa die, kapot gewerkt, toch de PVDA-krantjes rondbrengt. De bussers van onze partij: dát zijn helden! De vrijwilligers die op elk evenement aan de tap staan? De kassa’s tellen? Onze basisgroepen die blijven actie voeren, ook als ze tegenwind krijgen? Zij die luisteren en praten met de mensen over wat er moet en kán veranderen, en samen analyseren? Dat zijn helden!
Dus ja, als Rudi enkele maanden na zijn verkiezing beslist dat 3.000 euro niet volstaat en hij liever 14.000 euro per maand verdient; dan doet dat verdomd pijn. Want dat zitje kreeg hij dankzij zij die niet in de schijnwerpers staan. Zij die niet in de media komen. Maar zij die wel blijven strijden tegen onrecht, en voor een wereld waarin solidariteit het wint van individualiteit, egocentrisme, egoïsme en geldgewin.
En geloof me vrij: ik ben een echte kameleon die je overal mag neerpoten, maar de arena van het Vlaams parlement vind ik niet fijn. Te hard. Mensen binnen de anderen partijen zien elkaar daar als concurrent. Mensen liegen er. Doelbewust ook. Gelukkig gaat het er bij de PVDA helemaal anders aan toe, werken we collectief en kunnen wij daar de solidaire tegenwind zijn die deze wereld nu meer dan ooit nodig heeft.
Vastberaden ook. Met mooie waarden en normen. Leven aan een gemiddeld loon, dat zijn cruciale principes, die wij niet wíllen loslaten. Want hoe kan een politieker beter beslissingen nemen dan wanneer hij leeft en werkt zoals de gewone werkmensen?! Als ik een pleidooi houdt tegen de verhoging van de waterfactuur of de vuilniszakken, klinkt het: “Collega Burssens… dat gaat slechts over enkele euro’s”… Iedere normale mens weet dat enkele euro’s hier en enkele euro’s daar, wel degelijk een verschil maken. Maar dat vergeet je makkelijk eens je die ivoren toren wordt binnengesleept.
Sinds mijn achttiende werd ik meermaals door drie partijen gevraagd. Ik zei telkens: “Neen”, en stapte na een rondreis in Centraal-Amerika in 2013 zelf naar de PVDA. Hoe ik daar terechtkwam? Ik groeide op in armoede ook al werkten mijn ouders hard. Elke kans die ik had om medemens of dier te helpen, greep ik vast. Ik lijd trouwens al 15 jaar aan een spierziekte (oh wat hekel ik de aanval op langdurig zieken!). Samengevat? Ik kan niet tegen onrecht. Punt. En ik ben altijd zoekende geweest om mijn steentje bij te dragen.
Manlief en ik interviewden boeren in Centraal-Amerika die slachtoffer waren van zowel de klimaatopwarming als Monsanto. We spraken met Nicaraguanen over leven in een dictatuur, en trokken de Mexicaanse gevangenis in om een leraar te interviewen die al 13 jaar onterecht opgesloten zat. We kwamen terug en werden direct heel actief bij de PVDA: de partij die de problemen bij de wortels aanpakt, internationaal solidair is en “geen woorden, maar daden” steevast in de praktijk brengt. En vooral: de enige partij die het kapitalisme wil vervangen door socialisme. De enige weg naar vrede. Het enige echte antwoord op de klimaatproblemen.
De PVDA is een levenskeuze. Loopt alles dan perfect? Natuurlijk niet. De afgelopen twintig jaar zijn we enorm gegroeid: van 800 naar meer dan 25.000 leden, van vijf lokale verkozenen naar meer dan 280 lokale en bovenlokale verkozenen. Bovendien wordt de wereld steeds harder, grimmiger en staan we op een kantelpunt in de geschiedenis. En net daarom worden wij soms hard aangevallen. Want wij zijn geen meelopers. Wij plooien niet voor geld of status of lobby. En daar ben ik verdomd trots op.
En voor wie zich afvraagt hoe het er op de dagelijkse werkvloer aan toegaat? Ik heb nog nooit een job uitgeoefend waar ik zoveel heb geleerd, ook over mezelf, en waar ik me zo veilig voel: veilig om mezelf te zijn, veilig om kritiek te uiten, en kritiek te krijgen, veilig om heel eerlijk te zijn, om fouten te maken en op mijn bek te gaan, om te wenen, om moeilijke thema’s tot in de diepte uit te discussiëren. Want mijn collega’s zijn solidair, meegaand, oprecht, empathisch, geen tafelspringers – behalve als er een goede song op staat (moet kunnen!), en vooral: supersamenwerkers.
En hoe vijandiger en individualistischer deze wereld wordt, hoe meer nood er is aan een partij die streeft naar sociale rechtvaardigheid. Naar vrede en socialisme op een planeet die niet kapot wordt gemaakt uit puur geldgewin.