08/06/2019
Wateroverlast in Halle Centrum : Mijn standpunt als ex-bewoner van de Basiliekstraat huisnummers 11 en 13
Vanuit CD&V-hoek werd me vorige donderdagnacht gevraagd welke oplossingen ik zou aandragen als ‘stadsmanager’ inzake de wateroverlast.
Als ‘stadsmanager’ kan ik daar niet op antwoorden want ik heb die functie nooit vervuld. Als ex-centrummanager kan ik daar ook moeilijk op antwoorden want de werking van het rioleringsnetwerk behoorde niet tot het takenpakket en het is ook nooit een agendapunt geweest.
Als ex-bewoner van de Basiliekstraat kan ik daar wel op antwoorden met enige kennis van zaken.
Vooraf wil ik stellen dat ik de wateroverlast van vorige woensdag 05 juni voor de al fel belaagde handelaars ten zeerste betreur. Ik had liever gehad dat het probleem definitief opgelost was.
Ik heb tot net voor 1980 in het betrokken laagste deel van de Basiliekstraat ( = de vroegere Stadhuisstraat) gewoond, net zoals mijn ouders en mijn grootouders.
Mijn grootvader vestigde zich in 1928 in de Basiliekstraat 3 (waar nu Den Dragée is). Mijn vader nam de lederwarenzaak en -atelier nadien over. Tot eind de jaren ’70 baatten ze achtereenvolgens een lederwarenzaak uit in de huisnummers 3, 7, 11 en tenslotte 13 ( waar nu de Dexia-bank gevestigd is).
We hebben dus over een tijdspanne van 50 jaar 4 winkels gehad met 4 verschillende voordeuren en winkelruimtes, 4 verschillende kelders.
Ik weet waarover ik praat als het over wateroverlast in de Basiliekstraat gaat, bij mijn weten kan geen enkel ander gemeenteraadslid dit beweren.
In die tijdspanne van 50 jaar heeft er NOOIT water in één van deze 4 winkels gestaan. Een overstroming zoals die van 31 december 1924 was zeldzaam en heeft zich in die periode van 1928 – 1980 niet voorgedaan. Stortvlagen waren er uiteraard wel; De wateroverlast bleef dan steeds beperkt tot de kelder : in onze 4 kelders stonden stenen dallen op stapafstand van elkaar. Die volstonden om bij een wolkbreuk in en uit de kelder te gaan zonder natte schoenen en broek.
Waarom staan de Basiliekstraat en de Maandagmarkt dan nu wel blank bij een stevige stortbui ondanks nieuwe kokers, collectoren, buffers en een gescheiden rioleringsstelsel met een prijskaartje van 4,3 miljoen euro?
Ik zie 2 redenen : 1) het dempen van de Zenne die tot 1961 het laagste punt van het centrum was; 2) de door de stad aangemoedigde bouwwoede in de hoger gelegen gedeelten van de stad waardoor steeds meer water zich een weg moet zoeken naar het laagste punt, Maandagmarkt en Basiliekstraat.
Wat zeg ik ondertussen al 2 jaar en het ligt gewoon voor het grijpen : ga kijken naar o.a. Diest, Mechelen, Leuven : integreer de gedempte waterstroom terug in het stedelijk weefsel. Praat daar met het stadsbestuur, praat er met de betrokken inwoners en handelaars. Het zijn stuk voor stuk succesvolle urbanistische ingrepen gedragen door de lokale bevolking.
Het Hals stadsbestuur heeft bij de ingrijpende en dure rioleringswerken van 2015/’16 datgene over het hoofd gezien wat zo voor de hand lag in het stadscentrum: de natuurlijke afvloeiing van regenwater opnieuw via de Zenne laten geschieden, tot in 1961 het laagste punt in dit centrum.
Met het huidige gescheiden rioleringsstelsel zou de Zenne geen open riool meer zijn. Dat betekent dat ze nog beter dan vroeger haar natuurlijke rol kan spelen door alleen het regenwater op te vangen en zodoende het rioleringsstelsel te behoeden voor een nieuwe ellendige overbelasting. En het is nog steeds niet te laat : de hele vroegere loop van de historische Zenne kan vrijgemaakt worden via de Molenborre, de Vuurkruisenstraat en het J. Possozplein.
Achtergrond informatie :
Op de rechterfoto hierboven staat het huis waar ik van de jaren '60 tot begin de jaren '80 gewoond heb : dit is de achterzijde van het huisnummer 13 in de Basiliekstraat (waar toen de Zenne liep is nu de Vuurkruisenstraat) De Zenne was het laagste punt van het stadscentrum; het regen- en afvalwater kon naar daar vloeien, ik heb de opening langswaar het water uit ons huis wegliep met een pijl aangeduid. Begin de jaren '60 heeft het toenmalig stadsbestuur de Zenne - en met haar de capaciteit om regenwater op te vangen - laten dempen. Een te kleine rioleringskoker kwam in de plaats. Rioleringen werden in eerste instantie niet ontworpen om regenwater maar afvalwater van de bewoners af te voeren. Het regenwater in de Basiliekstraat kon voordien via verschillende brandgangen en via het Possozplein de lager gelegen Zenne bereiken.
Natuurlijk zijn er vroeger overstromingen geweest, de Zenne is een regenrivier, die zwelt aan bij regen. Maar wat toen een uitzondering was is nadien schering en inslag geworden.
Hoe kan de Zenne tot een definitieve oplossing bijdragen?
Via deze 2 ingrepen :
1) De Zenne wordt op een hedendaagse urbanistisch verantwoorde wijze terug opengelegd. Dat kan nog steeds. Vele Vlaamse steden zijn Halle hierin met succes voorgegaan, zoals hierboven aangehaald.
Waar nodig stroomt ze ondergronds, op andere plaatsen ligt ze open, met terrassen en wandelesplanades. De ‘water terug in de stad’-visie brengt een evenwichtigere stad en doet afbreuk aan de alsmaar maar meer beton aanpak.
2) Er was een voorstel van de NV Zeekanaal/de Vlaamse Waterweg om bij de op til taande kanaalrenovatie het waterniveau van het kanaal tussen de sluizen van Halle en Lembeek te verlagen met 2,7 meter; dat zit zo vervat in het oorspronkelijk scenario van de NV Zeekanaal.
Als dit geschiedt kan men ter hoogte van Lembeek bij hevige regenval het regenwater van de Zenne overpompen naar het kanaal dat dankzij de 2,7 meter lagere waterstand een gigantisch kilometerlang bufferbekken wordt waar geen enkele betonnen collector tegen op kan. Alzo wordt het risico dat de Zenne zelf in de binnenstad uit de oevers treedt volledig tenietgedaan.
Het spreekt tenslotte vanzelf dat het vrijmaken van de Zenne in Halle-centrum alleen kan gebeuren op een ogenblik dat de handelaars er klaar voor zijn; binnen het overleg gaan zij bepalen wanneer hun ‘groen licht’ komt.
Met Halse groeten,
Yves Demanet – Halle2019