Erfgoedkamer - Bertem, Korbeek-Dijle, Leefdaal

Erfgoedkamer - Bertem, Korbeek-Dijle, Leefdaal Maak kennis met het erfgoed uit Bertem, Korbeek-Dijle en Leefdaal! De Erfgoedkamer heet je welkom in De Pastorij!

Elke woensdag tussen 14 en 16 uur en elke vrijdag tussen 19 en 21 uur staat de deur wagenwijd open. Je kan dan de tentoonstelling bezoeken die er opgesteld staat. Bovendien zal binnenkort hier een lokaal documentatiecentrum ingericht worden, waar je terecht zal kunnen met al je vragen over het verleden en de geschiedenis van Bertem, Korbeek-Dijle en Leefdaal.

๐‘ซ๐’† ๐‘บ๐’Š๐’๐’•-๐‘ท๐’Š๐’†๐’•๐’†๐’“๐’”๐’ƒ๐’‚๐’๐’…๐’†๐’๐’Œ๐’†๐’“๐’Œ ๐’๐’๐’…๐’†๐’“๐’”๐’„๐’‰๐’‚๐’• ๐’†๐’ ๐’ˆ๐’†๐’˜๐’‚๐’‚๐’“๐’…๐’†๐’†๐’“๐’….a) Een verwaarloosde St.-Pietersbandenkerk in de 19de eeuw.De Bertem...
30/03/2026

๐‘ซ๐’† ๐‘บ๐’Š๐’๐’•-๐‘ท๐’Š๐’†๐’•๐’†๐’“๐’”๐’ƒ๐’‚๐’๐’…๐’†๐’๐’Œ๐’†๐’“๐’Œ ๐’๐’๐’…๐’†๐’“๐’”๐’„๐’‰๐’‚๐’• ๐’†๐’ ๐’ˆ๐’†๐’˜๐’‚๐’‚๐’“๐’…๐’†๐’†๐’“๐’….

a) Een verwaarloosde St.-Pietersbandenkerk in de 19de eeuw.
De Bertemnaar zelf onderschatte de waarde van de mooie St.-Pietersbandenkerk. Als antwoord op de zendbrief van 29 maart 1834 liet de gemeente op 13 mei weten dat er geen waardevolle gebouwen of monumenten uit de oudheid waren. De kerk was bouwvallig en men had zelfs de noordelijke zijbeuk moeten stutten om ze te beschermen. In 1871 besloot de gemeenteraad o.l.v. burgemeester De Bontridder een nieuwe kerk te bouwen bij de Tervuursesteenweg. In 1874 besloot de kerkraad de oude romaanse kerk af te breken en de gemeenteraad stemde hier onmiddellijk mee in.
Alphonse Jacobs, historicus bij het Algemeen Rijksarchief te Brussel, maakte in 1874 zijn archeologisch proefschrift over de kerk van Berthem, waarin hij deze als รฉรฉn van de belangrijkste uit onze nationale geschiedenis zag.
Gelukkig verhinderde geldnood de afbraak ervan en de studie van Jacobs wekte de interesse op van de overheid. De staat verzette zich dan ook tegen de afbraak.

b) Restauratie in de 20ste eeuw.
In 1900 werd het timmerwerk vernieuwd door M. Langerock. Tevoren was er een plaasteren plafond.
Bij de restauratie door Lemaire in 1934-35 werden de zijvensters en koorvensters terug in hun oorspronkelijke staat hersteld. Een nieuwe sacristie werd gebouwd langs de zuiderkant tegen het koor. De bestaande sacristie langs de noordkant was te klein en in slechte staat.

Bron: De geschiedenis van Bertem, het teussersdorp bij de romaanse kerk. Henri Vannoppen, 1980

๐‘น๐’†๐’”๐’•๐’‚๐’–๐’“๐’‚๐’•๐’Š๐’† ๐’—๐’‚๐’ ๐’…๐’† ๐‘บ๐’Š๐’๐’•-๐‘ท๐’Š๐’†๐’•๐’†๐’“๐’”๐’ƒ๐’‚๐’๐’…๐’†๐’๐’Œ๐’†๐’“๐’Œ ๐’—๐’‚๐’ ๐‘ฉ๐’†๐’“๐’•๐’†๐’ŽOp 13 april starten ingrijpende restauratiewerken aan de Sint-Pieter...
17/03/2026

๐‘น๐’†๐’”๐’•๐’‚๐’–๐’“๐’‚๐’•๐’Š๐’† ๐’—๐’‚๐’ ๐’…๐’† ๐‘บ๐’Š๐’๐’•-๐‘ท๐’Š๐’†๐’•๐’†๐’“๐’”๐’ƒ๐’‚๐’๐’…๐’†๐’๐’Œ๐’†๐’“๐’Œ ๐’—๐’‚๐’ ๐‘ฉ๐’†๐’“๐’•๐’†๐’Ž

Op 13 april starten ingrijpende restauratiewerken aan de Sint-Pietersbandenkerk, de omliggende kerkhofmuren en het dodenhuisje. De restauratie zal ongeveer 1,5 jaar duren.
De kerk van Bertem heeft een geschiedenis die meer dan duizend jaar teruggaat.
Mogelijk stond hier al een eerste kerk in de 8ste eeuw met begraafplaats, verbonden aan de abdij van Corbie in Picardiรซ. De reden hiervoor is dat o.a. Bertem ooit het bezit was van Adelardus, abt van deze abdij en neef van Karel de Grote.
De huidige romaanse kerk ontstond vermoedelijk tussen 1000 en 1050 en groeide uit tot een driebeukige pijlerbasiliek met een markante westertoren en een halfronde apsis. Meerdere kerken in de Voervallei hebben een Maas-Romaanse bouwstijl uit de 11e tot 13e eeuw. Gelukkig is de kerk van Bertem min of meer in haar oorspronkelijke staat tot ons gekomen.
Door haar grote historische en architecturale waarde werd de kerk beschermd als monument op 1 februari 1937.

๐‘ซ๐’† ๐’๐’‚๐’๐’ˆ๐’ˆ๐’†๐’—๐’†๐’๐’‰๐’๐’†๐’—๐’† ๐’—๐’‚๐’ ๐’…๐’† ๐’‡๐’‚๐’Ž๐’Š๐’๐’Š๐’† ๐‘ฎ๐’๐’๐’—๐’‚๐’†๐’“๐’•๐’” ๐’•๐’† ๐‘ฒ๐’๐’“๐’ƒ๐’†๐’†๐’Œ-๐‘ซ๐’Š๐’‹๐’๐’† Begin december 2025 werd een oude woning gesloopt langs de N...
02/03/2026

๐‘ซ๐’† ๐’๐’‚๐’๐’ˆ๐’ˆ๐’†๐’—๐’†๐’๐’‰๐’๐’†๐’—๐’† ๐’—๐’‚๐’ ๐’…๐’† ๐’‡๐’‚๐’Ž๐’Š๐’๐’Š๐’† ๐‘ฎ๐’๐’๐’—๐’‚๐’†๐’“๐’•๐’” ๐’•๐’† ๐‘ฒ๐’๐’“๐’ƒ๐’†๐’†๐’Œ-๐‘ซ๐’Š๐’‹๐’๐’†

Begin december 2025 werd een oude woning gesloopt langs de Nijvelsebaan 199 in Korbeek-Dijle. De hoeve zou opgebouwd zijn tussen 1900 en 1918.
Wie wat aandachtiger keek zal gemerkt hebben dat dit een type langgevelhoeve was. Landelijk erfgoed dat vanaf het begin van de 20ste eeuw mee het beeld van onze dorpen heeft bepaald.
Het is een traditioneel, langgerekt boerderijtype dat vaak voorkomt in de Belgische en Nederlandse Kempen, Limburg, de leemstreek, vochtig Haspengouw en Hageland. In Oost- en West-Vlaanderen vindt men verder geรซvolueerde vormen. Kenmerkend is dat het woonhuis, de stallen en de schuur allemaal onder รฉรฉn groot zadeldak zijn gebouwd, waarbij de deuren zich in de lange gevels bevinden. Vanaf de 20ste eeuw wordt de eerste verdieping hoger opgetrokken. Dit type behoort tot de hallenhuisgroep.

Bouwen met het landschap
De boer bouwde zijn hoeve met bouwmaterialen uit de directe omgeving. Dit was het meest praktisch en goedkoop. Hoewel de kleine langgevelhoeves lange tijd uit het broze vakwerk, met hout uit de bossen, leem en klei uit de plaatselijke gronden en stro van de velden zal bestaan, kregen uiteindelijk vrijwel alle hoeves tegen het eind van de 19de eeuw dezelfde bloedrode baksteen. Deze kleur was te danken aan de ijzeroxide in de plaatselijke bodems. Ook natuursteen kwam van de dichtstbijzijnde groeves. De rijkere hoeves gebruikten Gobertangesteen en Tiens Kwartsiet.

Vierkanthoeves vallen ook vandaag nog het meeste op. Toch tonen landbouwtellingen aan dat tot in het midden van de twintigste eeuw het overgrote deel van de boerenbevolking maar een klein landbouwbedrijfje uitbaatte. Ondanks de rijkere gronden, was de situatie van de meeste inwoners vergelijkbaar met die van boeren in de armere Kempen: het waren simpele boerengezinnen, wroetend met eenvoudig gereedschap, met slechts enkele dieren, zelden een paard, en een geringe oogst.

De langgevelhoeve: mens en dier onder รฉรฉn dak
Bij de langgevelhoeve liggen de verschillende hoevedelen in รฉรฉn langgerekt gebouw achter elkaar onder รฉรฉn doorlopend dak: een kleine leefruimte met opkamer en kelder โ€“ de stallen โ€“ een opbergruimte of schuur. Mens en dier leefden dicht bij elkaar: in het woonhuis was een rechtstreekse toegang naar de stal. Zo kon de boer een oogje houden op zijn duurste goed. Bijkomend voordeel: tijdens koude winters hielpen de dieren om het huis warm te houden. Vaak stond apart op het erf een bakhuisje met bakoven, zodat een uitslaande brand de rest van de hoeve niet direct kon aantasten.
Hoewel deze hoevetjes in grote getale aanwezig waren, is het niet eenvoudig om er onderzoek naar te doen. Ze werden opgetrokken in materialen van mindere kwaliteit, en hebben daarom de tand des tijds meestal niet doorstaan. Bovendien hebben ze door hun geringe omvang al sinds de jaren 1960 hun landbouwfunctie verloren en zijn ze bijgevolg afgebroken of verbouwd.
Daarnaast wordt de langgevelhoeve in geschiedenisboeken veelal over het hoofd gezien: het is moeilijk concurreren met de imposante vierkanthoeves uit de streek! Met lage landbouwopbrengsten had de kleine boer weinig opslagplaats nodig. Hij bewaarde wat koren om brood te maken en als voeder voor zijn koeien. Ook aardappelen hield hij voor zichzelf. Hij teelde klaver en bieten als voer en verkocht af en toe een beetje tarwe, gerst en haver. Vanaf midden 18e eeuw was het niet ongewoon dat de kleine boer meer dan รฉรฉn job had. De familie probeerde de eindjes aan elkaar te knopen door bijvoorbeeld aan landbouw te doen in combinatie met zogenaamde โ€˜armoede-industrieรซnโ€™ die ze thuis kon beoefenen, zoals kantklossen of mandenvlechten. Ook een inkomen als dienstbode in de stad of seizoensarbeid in Walloniรซ of bij grotere boeren in eigen streek kon een aanvulling zijn, terwijl de vrouw thuis al het werk overnam. Maar het boeren werd niet opgegeven. Hoewel de industrie in Vlaanderen doorbrak, bleef het landbouwinkomen voor het merendeel van de Belgische huishoudens een absolute noodzaak. Tussen 1846 en 1880 nam het totaal aantal boerenbedrijven โ€“ hoe klein ook โ€“ nog steeds toe met 59%. Op een boerderij vielen bedrijfs- en gezinshuishouding samen. Meerdere generaties โ€“ grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen โ€“ vormden samen รฉรฉn productie-eenheid. De huwelijksleeftijd lag vrij hoog, omdat kinderen lang op de boerderij van hun ouders bleven wonen en werken. Pas wanneer de vader stierf, werd de hoeve doorgegeven en kon het kind dat de hoeve overnam, trouwen.

Plattegrond met onderverdeling
Bijgaand zien we de plattegrond van de langgevelhoeve Goovaerts uit Korbeek-Dijle waarvan de achtergevel naar het zuidoosten is gericht.
- Woongedeelte: In het noordoosten vinden we het woongedeelte (Voorhuis). Deze ruimte is in vier gedeeld. Twee woonruimtes langs de straat met elk een schouw. Een voorraadkamer en een keuken aan de achterzijde. Hier staat de trap naar de kelder en bovenverdieping. Een deur geeft toegang tot de stal en een achterdeur naar buiten.
Vanuit de keuken leidt een trap naar twee kelderruimtes met tongewelf. We onderscheiden hier de kolenkelder tegen de straat met keldergat en een voorraadkelder met twee stenen tafels.
Vanuit de keuken leidt een trap naar de eerste verdieping waar zich twee slaapkamers tegen de straatkant bevinden. Daartegenover bevindt zich een zolderruimte.
- Stalgedeelte (midden). Dit deel sluit direct aan op de woning. Het diende voor het vee en is herkenbaar aan de gewelfde zoldering, kleine stalraampjes en lage deur.
- Schuur/Tasruimte: Het achterste, vaak hoogste deel van de hoeve, bestemd voor de opslag van oogst en werktuigen. Dit gedeelte is toegankelijk via een grote schuurpoort, hoog genoeg voor een hooiwagen. Vermoedelijk was er ook een poort aan de achterzijde. De hooizolder/tas bevond zich boven de stal en de schuur. Het hooi kwam uit de Dijlebeemden waar ook de dieren graasden. Landbouw werd bedreven op het Overhoutveld dat bereikbaar was via het veldwegje tegenover deze hoeve met de benaming 'de twee kanten'.
- Karhuis: De inrijpoort van het meest zuidwestelijk deel was lager en deze ruimte deed dienst als karhuis.

Tegen het woongedeelte en karhuis werden nog bijgebouwen geplaatst. Hiervan kon niet achterhaald worden wat hun functie was. Mogelijk een bakhuis, varkensstal, wc, werkruimte...

๐‘ฉ๐’†๐’“๐’•๐’†๐’Ž ๐’•๐’†๐’–๐’”๐’• ๐’—๐’๐’๐’“๐’•!Wil je de tentoonstelling โ€˜Bertem Teussertโ€™ nog bezoeken?  Of heb je dit al gedaan maar zou je er wat...
26/02/2026

๐‘ฉ๐’†๐’“๐’•๐’†๐’Ž ๐’•๐’†๐’–๐’”๐’• ๐’—๐’๐’๐’“๐’•!

Wil je de tentoonstelling โ€˜Bertem Teussertโ€™ nog bezoeken? Of heb je dit al gedaan maar zou je er wat meer tijd willen voor uittrekken?
Het kan nog tot 30 juni in de Pastorij, Vossenstraat 4 in Bertem op woensdag en zondag van 14 tot 16 uur.

De Erfgoedkamer is ook op zoek naar enthousiaste medewerkers. Heb je interesse in de plaatselijke geschiedenis van Bertem, Korbeek-Dijle of Leefdaal en wil je je hiervoor inzetten.
Neem dan contact op met de Erfgoedkamer, [email protected], tel. 0475 70 55 27

๐‘ท๐’Š๐’Œ ๐’†๐’ ๐’‘๐’Š๐’Œ๐’‰๐’‚๐’‚๐’Œ, ๐’‰๐’‚๐’‚๐’“๐’”๐’‘๐’Š๐’• ๐’†๐’ ๐’‰๐’‚๐’‚๐’“๐’‰๐’‚๐’Ž๐’†๐’“Generaties lang hadden deze eenvoudige handwerktuigen een cruciale functie.  Graan ...
14/02/2026

๐‘ท๐’Š๐’Œ ๐’†๐’ ๐’‘๐’Š๐’Œ๐’‰๐’‚๐’‚๐’Œ, ๐’‰๐’‚๐’‚๐’“๐’”๐’‘๐’Š๐’• ๐’†๐’ ๐’‰๐’‚๐’‚๐’“๐’‰๐’‚๐’Ž๐’†๐’“

Generaties lang hadden deze eenvoudige handwerktuigen een cruciale functie. Graan was eeuwenlang รฉรฉn van de belangrijkste gewassen op de Vlaamse velden. In augustus vond de oogst plaats en dat gebeurde met de hand. In Vlaanderen schakelden de boeren vanaf de 15de eeuw over van een zeis of een sikkel naar de p*k en de p*khaak om het graan te maaien.
De p*k bestaat uit een ijzeren snijblad en een korte, houten steel met handvat. Het werkblad werd regelmatig gehaard om scherp te blijven. De p*khaak bestaat uit een houten steel waaraan een gebogen ijzeren haak is bevestigd.
Bij sommige p*khaken was een opening in de steel voorzien waarin de messnede van de p*k paste. Beide instrumenten konden zo op de schouder van de landbouwer worden gedragen.

De boer hield in de ene hand de p*k vast en in de andere hand de p*khaak. Tijdens het vooruit stappen sloeg hij met de p*k in het graan terwijl hij met de haak het graan recht hield. De boer sneed het gewas zo kort mogelijk af want stro was kostbaar. Na ongeveer vijf slagen zette de boer een stap achteruit terwijl hij met de p*khaak de afgep*kte graanstengels samenrolde tot een zogenaamde p*kkeling. De vrouw van de boer bond twee of drie p*kkelingen samen tot een schoof. Met de graanschoven werden stromijten of strokapellen gemaakt om het gewas te laten drogen en zo te beschermen tegen de regen.
Het maaien van graan was zwaar werk want de boeren waren een hele dag bezig in hete temperaturen zonder beschutting. Een goede p*kker maaide 30 tot 40 are per dag.

Haarspit en haarhamer
Een haarspit (haargetouw) is een ijzeren pen die in de grond gedreven werd en waarvan de kop als aambeeld diende om met de haarhamer de messnede van p*k of zeis dun uit te hameren.

Met de introductie van de p*kdorsers in de jaren 1950 kwam deze eeuwenlange traditie van zware handenarbeid ten einde.

Vandaag is het werken met handgereedschappen terug aan een opmars bezig. In functie van ecologisch maaibeheer en ter bevordering van de biodiversiteit gaan natuurliefhebbers aan de slag met p*k, p*khaak, zeis en sikkel. Deze handwerktuigen hebben heel wat voordelen ten opzichte van een bosmaaier. Ze zijn goedkoop, maken geen lawaai en zitten eenvoudig in elkaar. Je hoeft niets op te laden of bij te tanken. Het werken ermee brengt bovendien rust en ritme.

Wil je de tentoonstelling โ€˜Bertem Teussertโ€™ nog bezoeken? Of heb je dit al gedaan maar zou je er wat meer tijd willen voor uittrekken?
Het kan nog tot 30 juni in de Pastorij, Vossenstraat 4 in Bertem op woensdag en zondag van 14 tot 16 uur.

Enkele oude woorden die hiermee in verband staan:

Bronnen:
HI: Hagelandsch idioticon van J.F. Tuerlinckx 1886
AVI: Algemeen Vlaamsch Idioticon van L.W. Schuermans 1865-70

Arren: (AVI) In sommige streken van Brabant gebruikt voor scherpen, b.v. een p*k arren. Vandaar argetouw, ijzer met een platte knop, waarop men de p*kken art.

Arhamer: de hamer die daarbij gebruikt wordt. Mogelijk van harden, d.i. hard-, scherpzetten. In Limburg zegt men: de zicht haren, d.i. de zicht (p*k) met een spitse hamer (haarhamer) scherpen, terwijl zij op een ander ijzer rust. De zeisen echter (werktuig waarmee men het gras maait) wordt geslepen met een langwerpige steen, slijpsteen (wetsteen) genaamd.

Haargetouw, haargeta, Haarewet, Harewee, Haargewet, Haarspit: (AVI) ijzeren tuig met brede kop, gelijkend op een klein aanbeeld dat de p*kkers in de grond slaan om er de zichten en zeisen op scherp te kloppen met de haarhamer. In Limburg haargetuig.

Haren: (AVI) plat en effen kloppen, scherpen, scherp maken, wetten bij middel van een hamer: het woord is misschien verbasterd van harden, hard maken. P*kken of zichten, zeisen, sneppen (soort van ongetande sikkels) worden gehaard, en wel als volgt: men slaat een ijzeren paaltje of aanbeeldje (haarspit), in Brabant harewee of haargewet in de grond; op de platte kop legt men de p*k en men klopt ze met de haarhamer hard en scherp. Tijdens het haren wordt het snijvlak van het blad van de zeis of de zicht langs de rand naar buiten gedreven. Met heel wat geduld ontstaat dan een dunne, โ€˜haarscherpeโ€™ rand waar er gemakkelijk bramen in komen. Voor de bewerking is heel wat vakkennis vereist. Dit noemt men: p*kken, zeisen haren (Kempen, Hageland, Brabant, Limburg en Noord-Brabant). Wanneer het hooi werd afgedaan was er altijd iemand aanwezig die de zeisen de hele dag haarde. Daarna kon men de bladen oppervlakkig scherpen met een wetsteen, een soort schuursteen die onder andere in Vielsalm werd ontgonnen. Elke streek bezat vroeger eigen haargerei met een eigen, typische vorm.

P*k en P*kken: (AVI) De p*k is een snijdend werktuig waarmee men p*kt. P*kken is met de p*k graan afkappen. Er is duidelijk een verschil tussen p*kken en maaien; het eerste geschiedt met de p*k, die korter is van mes en van steel en met de rechterhand gezwaaid wordt al kappende, het tweede met de zeis, die een lange steel heeft en met twee handen tegelijk gezwaaid wordt. Men p*kt het graan en soms ook de klaver, maar men maait het gras en ook de klaver. (Zie eveneens Zicht)
P*kken heeft verschillende verklaringen o.a. 'met een puntig voorwerp in iets prikken om het beet te krijgen' en 'met de snavel prikken, bijten of slaan'. Dit wordt in verschillende talen op identieke wijze benoemd: Duits picken, Engels peck, pick, Frans picorer, Noors p*kke, Spaans picar, Iers pioc (p'ik), Bretoens p*ka, Welsh p***o

P*kker; (AVI) hij die p*kt

P*kkeling/Hoopeling; (AVI) p*khoop, ongeveer een armvol of de hoeveelheid die men in รฉรฉn keer, of juister, in vier of vijf streken afkapt. Een hoopje afgep*kt graan dat nog ongebonden op de grond ligt. In Leuven verstaat men onder heupelink ook het lang oorkussen. Twee of meerdere samengebonden p*kkelingen tegen elkaar rechtop gezet wordt een schoof.

P*khaak; (HI, AVI) de haak waarmee de p*kker de p*kkelingen bijeenhoudt in combinatie met de p*k of zicht.

P*khamer; (AVI) hamer waarmee men de p*k op het argetuig scherp klopt (zie arren)

P*klat; (HI) Lat van een p*khaak. (60 tot 100 cm)

P*kwerf(t); (HI) Steel van een p*k

Zeis; is een landbouwwerktuig om grassen, graan of ruigte te maaien. Het bestaat uit een lang, gebogen, stalen mes, aan de binnenbocht scherp en een scherpe punt, bevestigd is aan een lange houten of metalen steel met doorgaans twee handvatten. Een zeis met korte werf om granen te oogsten is een zicht of p*k. De zeis wordt gebruikt door met een snelle zwaaiende beweging lang gras of graan te maaien zonder dat de maaier zich daarvoor hoeft te bukken. Het haren of scherpen van de zeis liet men aan iemand over die mee op het veld ging en heel de tijd de messen moest scherpen. De zeis werkt immers het best als deze vlijmscherp is. De zeis is tijdens de La Tรจne-periode (450 v.Chr.) in Centraal-Europa ontwikkeld.

Zicht; of p*k is een landbouwwerktuig voor het maaien van graan dat het midden houdt tussen een zeis en een sikkel. De gebruiker van de zicht werkt ook in een gebogen houding, maar kan het gemaaide graan met een p*khaak verzamelen tot een bos (p*kkeling) in รฉรฉn werkgang. Het is niet duidelijk of de zicht is afgeleid van beide werktuigen, of dat het een eigen ontstaansgeschiedenis heeft. Een zicht en een sikkel worden met รฉรฉn hand gehanteerd, een zeis met twee handen. De zicht heeft een gebogen smeedijzeren of stalen blad dat haaks op een korte houten steel bevestigd is. In tegenstelling tot het zeisblad blijft het naar de punt toe breder om bij het slaan beter in evenwicht te blijven en zo gemakkelijker horizontaal te kunnen kappen.

๐‘ฏ๐’†๐’• ๐‘บ๐’‘๐’†๐’„๐’‰๐’•Toponymie of plaatsnaamkunde probeert de benamingen te verklaren die mensen in het verleden hebben gegeven aan...
02/02/2026

๐‘ฏ๐’†๐’• ๐‘บ๐’‘๐’†๐’„๐’‰๐’•

Toponymie of plaatsnaamkunde probeert de benamingen te verklaren die mensen in het verleden hebben gegeven aan steden, dorpen, rivieren en andere geografische locaties om inzicht te krijgen in de geschiedenis, cultuur en taal van een gebied. Soms is dit eenvoudig maar dikwijls ook niet en vaak gissen we er maar op los.
In mijn post van 6 november over โ€˜Een jonge Korbeekse held tijdens de strenge winter van 1890-91โ€™ kan je de volgende beschrijving van de toenmalige gemeentesecretaris lezen:
โ€˜In deze overstrooming heeft de genaamde Jozef De becker van deze gemeente bijna het leven verloren tusschen de Dijlebrug en het Specht als hij wilde van Oud-Heverlรฉ naar Corbeek-Dijle komen.โ€™

Nieuwsgierig naar de vermelding van de plaatsnaam โ€˜Het Spechtโ€™, ging ik op zoek naar de locatie. Uit de beschrijving kunnen we opmaken dat we de plaatsnaam langs de zuidoostelijke flank van de Dijlevallei onder Oud-Heverlee moeten zoeken. Dit valt buiten ons heemkundig interessegebied maar de vermelding vraagt verduidelijking. Korbekenaren moesten er trouwens sowieso voorbij om in Oud-Heverlee te komen.
Tot mijn grote teleurstelling was het tevergeefs zoeken naar een vermelding op oude kaarten. De Geschied- en Heemkundige Kring Oud-Heverlee kan hier misschien duidelijkheid verschaffen.
Op kaarten van P.C. Popp (1842-79) vinden we ten noorden van de kruising Bogaardenstraat met de Ophemstraat de vermelding โ€˜Bisse Bemdeโ€™. Dit kan verwijzen naar een plaats waar biezen groeien op vochtige grond. Scirpus lacustris was de meest gebruikte soort in de biezenteelt en werd benut voor het maken van biezen manden, vloermatten en zittingen van stoelen. Ook andere materialen zoals tenen en riet werden door ambachtslieden gebruikt.
De topografische kaart uit 1891 geeft inderdaad enkel beemden weer ten oosten van de Leibeek waar vandaag vooral bomen (eik) staan.

Op een kaart van Oud-Heverlee uit het kaartenboek van de abdij van Park (1652-1663) zien we de plaatsnaam โ€˜De Kelleโ€™ (kuil?) waar โ€˜den eerden wechโ€™ (Boogaardenstraat) een hoek van negentig graden maakt. Hier loopt het grondniveau steil omhoog. Langs beide zijden van de Ophemstraat (bezitting 146 en 147) zien we twee waterparijen. In 1763 bestonden ze nog. Vandaag zijn deze verdwenen en groeit er rijs- en hakhout (wilgenbosje).

Wat kan de verklaring zijn voor de plaatsnaam โ€˜Het Spechtโ€™?
Op de site van het instituut voor de Nederlandse taal vinden we de spelling โ€˜Spichtโ€™. Spichten was vroeger de benaming voor ranke gewassen (riet of gras) of takkenbossen. In de huidige Nederlandse taal vinden we dit nog terug in het woord โ€˜spichtigโ€™ voor slanke of tengere personen. Af te leiden van het niet overgeleverde Germaans *spichta- of *spichti- โ€˜spaak, dunne latโ€™.
In de vallei van de Molenbeek te Lubbeek vinden we een natuurgebied met de naam โ€˜De Spichtโ€™. Het landschap is een afwisseling van hoger gelegen droge graslanden en lager gelegen kwelrijke gedeelten en vormt een historisch waardevol laagveenmoeras met rietland, open waterpartijen en broekbossen.

Ondanks het veranderde landschap met de aanleg van de spoorlijn Leuven-Ottignies in 1855 treffen we dit zeker ook hier in de Dijlevallei aan. Het is aannemelijk dat โ€˜Spechtโ€™ en โ€˜Spichtโ€™ naast elkaar bestonden en zowel betrekking hadden op de verschillende soorten rijzige moerasplanten als op rijs- en hakhout. Zo zijn heel wat woorden afgeleid van dit Oergermaanse woord. De Specht heeft door zijn spitse snavel zijn naam hieraan ontleend.
Vergelijkbare woorden voor lang en smal die beginnen met sp- zijn: spaak, spar, speer, spie, spies, spijker (nagel), spijl, spit, spitten, spits, spork, spurk. Zo zijn er ook talrijke woorden met de betekenis โ€˜staak, stok, paalโ€™ enz. die beginnen met st-, ook werkwoorden voor โ€˜stutten, stotenโ€™.

Voor WOII speelden biezen en hout een uiterst belangrijke rol in het leven van alledag. Hout was niet alleen brandstof maar ook รฉรฉn van de belangrijkste grondstoffen. Het omliggende landschap was daarvoor een natuurlijke rijkdom. Hout werd gebruikt voor het maken van vlechtwerk, huizen, meubels, transportmiddelen en heel wat werktuigen. Biezen werden gebruikt in vlechtwerk. Bijna alle vakmannen maakten er gebruik van, o.a. de boomkapper, de berdzager, de klompenmaker, de schoenmaker (houten leest), de bezembinder, de schrijnwerker en de timmerman, de meubelmaker, de stoelenmaker gebruikte hout en biezen voor stoelen, de rader- en wagenmaker, de kuiper en de reepsnijder, de kistenmaker, de mandenmaker... Daarom waren in bijna elk dorp รฉรฉn of meerdere houtbewerkers actief. Omdat voor vele handwerktuigen het hout niet te dik mocht zijn, zorgde men ervoor dat er hout voorradig was dat makkelijk opschoot. Hier aan de moerassige oevers van de Leibeek vond men beemden met biezen en houtbosjes (knotbomen) waar dit soort rijs- en hakhout werd gewonnen. In het Gemeentebos in Bertem kan je dit vandaag nog waarnemen. Hardhout voor sterke werktuigen waren eik-, iep- robinia- of essenhout, zachte houtsoorten waren abeel, hazelaar, beuk, wilg en lindehout.

Los daarvan wist dorpsgenoot Jos Vanneck me te vertellen dat de huidige Leibeek (kant Oud-Heverlee) in de volksmond ook wel Spekbeek genoemd wordt. Ook deze benaming kon ik nergens bevestigd zien. Op een kaart uit 1763 van de familie Arenberg met de grenzen van de diverse eigendommen die gesitueerd zijn tussen de Dijle en de Leibeek, werd naast Leibeek tot mijn verrassing nog anders genoteerd, nl., Walslaecker. Dit moet een nog oudere benaming zijn.

Verklaring van โ€˜Leibeekโ€™
Lei, leide, leibeek, leigracht, leiloop, leisloot. Nederlands lee, lei, leide, uit Mnl. lede, leide, behoort bij het werkwoord leiden. Lei komt als eerste lid zeer dikwijls in samenstellingen voor en dan vooral in Vlaams-Brabant. Het is een dikwijls lijnrechte kunstmatig gegraven afwateringsgracht in een moerassig terrein en dikwijls een afleidingsbeek bij een grote rivier. In de Dijlevallei zijn ze legio. Opvallend met deze Leibeek/Walslaecker/Spekbeek in Oud-Heverlee is dat ze niet zo rechtlijnig is als je zou verwachten. Het moet hier dus over een zeer oude gegraven afleidingsbeek gaan, mogelijks van een eerder bestaand veenloopje. In de middeleeuwen werden in opdracht van abdijen, kloosters of landadel moerassen drooggelegd om ze te cultiveren.

Verklaring van โ€˜Walslaeckerโ€™
Laak, mnl. lake betekent in het algemeen een stilstaand of langzaam stromende wetering, poel of plas. Dit woord komt sterk geconcentreerd voor als bijrivieren van de Demer, beide Neten, de A en de midden- en benedenloop van de Dijle. Laak, lach, is ook bekend in Duitsland. Laak komt van het Germaans *lako, net als het bn. *laka โ€˜lekโ€™ met ablaut afgeleid van het werkwoord *leka โ€˜lek zijn, lekkenโ€™, dat teruggaat op de IE wortel *leg- โ€˜druppelen, sijpelen, smeltenโ€™. Net als Leibeek is het een kunstmatig gegraven afwateringsgracht of riviertje dat door veengebied loopt en oorspronkelijk werd gegraven om natte gebieden te ontwateren en droog te leggen (voor de veen of turfontginning). Dit zou kunnen kloppen met de lagergelegen Dijlebroeken en haar laagveenmoerassen waar, zoals in Korbeek-Dijle, turf ontgonnen werd. De oudst teruggevonden vorm dateert uit 1400, groote lake (Werchter).
Van โ€˜Walsโ€™ is de etymologie onbekend. Naar de vorm een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis โ€˜Waalsโ€™, afkomstig uit Walloniรซ. Het is echter twijfelachtig of deze afwatering tot daar terug te leiden valt. Wel loopt ze aan het Zoet Water onder de Vaalbeek door.

Verklaring van โ€˜Spekbeekโ€™
Spek, sp*k: Mnl. specke, spicke. Uit het germaans *spakkjรดn. โ€˜Uit rijshout, zand en zoden gemaakte brug in een moerassig gebiedโ€™. Meestal werd een dergelijke, ook wel met boomstammen gemaakte brug aangelegd op plaatsen waar men geregeld met de kar over het water moest, vooraleer men de kennis en het geld had om dit met stenen te doen. Laat de overgang tussen Korbeek-Dijle en Oud-Heverlee nu net deze eigenschappen hebben. Een laaggelegen, moerassig gebied met een doorsteek over de Dijle die in vroeger tijden belangrijk genoeg was na Leuven.
Vgl. de Duitse Speck-waternamen. In Veltem-Beisem vinden we het Speckbosch dat aanleunt bij het Kastanjebos en reeds werd aangeduid op de kaarten van Ferraris uit 1777.

Besluit:
Het relaas dat secretaris F.G. Cappuyns doet over de weersomstandigheden in de winter van 1891 en de daaruit voortvloeiende belevenissen van enkele dorpsgenoten doet ons vandaag kennismaken met woorden die zo goed als uit het collectieve geheugen zijn verdwenen en waarvan de betekenis niet meer duidelijk is. Gelukkig kunnen we terugvallen op overlevering, oude kaarten en etymologische woordenboeken die ons in staat stellen om aan die rijke woordenschat een verklaring te geven. Zo kunnen we ons vandaag een beeld vormen hoe de mens met veel moeite de natuur en het landschap naar zijn hand heeft gezet om het in zijn voordeel te gebruiken.

Bronnen:

- https://www.etymologiebank.nl/
- De Vlaamse waternamen Deel I: De provincies Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
- https://www.dbnl.org/tekst/_ver025195101_01/_ver025195101_01_0017.php
- 50 oude ambachten uit het landelijke Brabant, Henri Vannoppen, 1979

๐ƒ๐ž ๐’๐ข๐ง๐ญ-๐•๐ž๐ซ๐จ๐ง๐ž๐ค๐š๐ฉ๐ž๐ฅ ๐ญ๐ž ๐‹๐ž๐ž๐Ÿ๐๐š๐š๐ฅ Volgens de traditie zou deze kapel de oudste zijn in dit gedeelte van de Voervallei.  Ze...
21/01/2026

๐ƒ๐ž ๐’๐ข๐ง๐ญ-๐•๐ž๐ซ๐จ๐ง๐ž๐ค๐š๐ฉ๐ž๐ฅ ๐ญ๐ž ๐‹๐ž๐ž๐Ÿ๐๐š๐š๐ฅ

Volgens de traditie zou deze kapel de oudste zijn in dit gedeelte van de Voervallei. Ze zou de moederkerk zijn geweest van de nabijgelegen parochies Bertem en Leefdaal. Het oudheidkundig onderzoek heeft uitgewezen dat de geschiedenis van dit plekje te volgen is vanaf de VIIIe eeuw tot heden.
De oudste sporen zijn deze van een Karolingisch/Merovingisch grafveld. Voor de aanleg van de eerste graven โ€“ rechthoekige kuilen door een muurtje omgeven โ€“ werd gebruik gemaakt van materiaal afkomstig uit het puin van een nabijgelegen Romeinse villa. Steeds talrijker werden hier vervolgens de doden bijgezet, de meeste in een eenvoudige eiken kist, zonder grafgiften. Het ontbreken ervan kan erop wijzen dat de bevolking reeds gekerstend was, hoewel vanaf de VIIIe eeuw dit gebruik ook voor niet-gelovigen stilaan verdwijnt. De materialisatie van de kerstening bestond erin dit grafveld te heiligen door de oprichting van een kapel. De aanwezigheid van enkele paalsporen zou er kunnen op wijzen dat het primitieve heiligdom in hout en leem was opgetrokken. Rond deze tijd werd een meer belangrijke overledene bijgezet in een witstenen sarcofaag, die later de legende zou ingaan als het graf van de Heilige Verona. Volgens een andere legend zou het in de volksverbeelding gaan om de trog van het Ors Beyaert.
Dit graf is steeds het middelpunt van de plaatselijke verering en van het heiligdom gebleven. Op dit graf werd de eerste stenen kapel gebouwd, een eenvoudig zaalkerkje, bestaande uit een rechthoekige beuk van ongeveer 11 m op 6 m, en een klein vierkant koor van ongeveer 4,5 m op 4,5 m. Het is de stenen omvorming van de primitieve houten missiekerk. Aan de hand van vergelijkingsmateriaal uit andere gebieden mag dit gebouwtje gedateerd worden uit het einde van de IXe of begin Xe eeuw.
Vanaf dit ogenblik zal de kerk een gestadige ontwikkeling kennen. Een eerste uitbreiding bestaat in de bouw van een massieve westtoren, uit het einde van de Xe of begin XIe eeuw. In de tweede helft van de XIIe eeuw wordt een groter koor aangebouwd en enkele jaren later, gezien de aangroei van de parochie, wordt het noodzakelijk de รฉรฉnbeukige kapel tot een driebeukige kerk om te vormen.
Gedurende de godsdienstoorlogen van het einde van de XVIe eeuw, wordt de kapel geplunderd en beschadigd. De parochie wordt verlaten en ingelijfd bij Leefdaal. Dat langzaam wegkwijnen weerspiegelt zich in de bouwgeschiedenis. De twee zijbeuken worden weggebroken in 1773. Door de restauratie van 1951 werd aan het gebouw zijn vroeger romaans uitzicht teruggeschonken.
Het archeologisch onderzoek heeft enig licht geworpen op de ingewikkelde bouwgeschiedenis van de kapel. Zowel de Sint-Lambertuskapel van Heverlee als de Sint-Veronakapel van Leefdaal zijn prachtige voorbeelden van het ontstaan en de groei van onze parochies gedurende de eerste eeuwen na de kerstening in de duistere Vroege Middeleeuwen.

Bronnen:
- J. Mertens, Leefdaal. Opgravingen in de St-Veronekapel 1954
- Acta archaeologica Lovaniensia 25-1986
- De Veronewijk en haar kruiskapel, W***y Brumagne, 2001
- https://erfgoedkamer.wordpress.com/2020/03/

โ€˜๐•๐จ๐ฅ๐ค๐ฌ๐ญ๐ž๐ฅ๐ฅ๐ข๐ง๐  ๐ญ๐ž ๐๐ž๐ญ๐ก๐ฅ๐ž๐ก๐ž๐ฆโ€™ ๐ฏ๐š๐ง ๐๐ข๐ž๐ญ๐ž๐ซ ๐๐ซ๐ฎ๐ž๐ ๐ž๐ฅ ๐๐ž ๐Ž๐ฎ๐๐ž ๐ข๐ง ๐Ÿ‘๐ƒWe kennen hem allemaal.  Pieter Bruegel de Oude (Breugel ca....
31/12/2025

โ€˜๐•๐จ๐ฅ๐ค๐ฌ๐ญ๐ž๐ฅ๐ฅ๐ข๐ง๐  ๐ญ๐ž ๐๐ž๐ญ๐ก๐ฅ๐ž๐ก๐ž๐ฆโ€™ ๐ฏ๐š๐ง ๐๐ข๐ž๐ญ๐ž๐ซ ๐๐ซ๐ฎ๐ž๐ ๐ž๐ฅ ๐๐ž ๐Ž๐ฎ๐๐ž ๐ข๐ง ๐Ÿ‘๐ƒ

We kennen hem allemaal. Pieter Bruegel de Oude (Breugel ca. 1525-30 โ€“ Brussel, 9 september 1569) was een geniaal landschapsschilder, een schitterend chroniqueur van het leven uit de 16de eeuw en hij bezat veel gevoel voor humor. En dat is nu net wat ons als liefhebbers van geschiedenis zo erg boeit. Aan de hand van zijn schilderijen leren we heel veel over hoe onze voorouders zoโ€™n 500 jaar geleden in Brabant leefden, welke gebruiksvoorwerpen men hanteerde, hoe men woonde, hoe men gekleed gingen, hoe kinderen speeldenโ€ฆ. Veel van wat hij had afgebeeld was tot ver in de 20ste eeuw nog alledaags.
Schilderijen zijn tweedimensionaal. Vandaag kan je in het museum Krippana in Bรผllingen als een van de vele Kersttaferelen het werk de โ€˜Volkstelling te Bethlehemโ€™ bewonderen in 3D, een sculpturale interpretatie van zijn meesterwerk.
Dit schilderij ontstond in 1566 en behoort tot de beroemdste werken van Pieter Bruegel de Oude. De Mรผnchense kunstenares Martina Singer heeft het winterbeeld in een scenische installatie driedimensionaal omgezet. Huizen, bomen en werktuigen zijn uit karton en hout, de figuren zijn uit modelleerpasta. De voorstelling toont het leven van elke dag in een besneeuwd dorp bij zonsondergang. Voor de herberg is er een grote toeloop omdat de dorpsbewoners hier hun belastingen betalen en zich laten registreren. In de omgeving zijn mensen van alle leeftijdsgroepen met verschillende bezigheden voorgesteld. Voor de herberg wordt een zwijn geslacht, wagens worden geladen en ontladen, zakken en manden worden versleept, vaten en karren over ijs en sneeuw getrokken. Op de voorgrond naderen Jozef en Maria gezeten op een ezel, op zoek naar een logement in een setting uit Bruegels eigen tijd. De mensen zijn druk bezig. Ze slaan geen acht op het koppel en vermoeden niets van het Heil dat door deze twee in de wereld gebracht wordt. In haar zorg om een zo getrouw mogelijke weergave te realiseren mikt de kunstenares niet op een fotorealistische kopie maar op de eerste plaats de uitbeelding van de figuren en hun onderlinge relaties. Niettemin is de benadering tot het origineel in kleur, verhouding en topografische details indrukwekkend. Concentreert men zich op de betoverende miniatuurwereld dan beginnen de figuurtjes een eigen leven te leiden wat aan complexiteit het schilderij ver overtreft. Een echt meesterwerk dat, nadat het in het Bayerische Nationalmuseum in Mรผnchen te zien was, voor de eerste keer in Belgiรซ getoond wordt.

Adres

Vossenstraat 4
Bertem
3060

Openingstijden

Woensdag 14:00 - 16:00
Zondag 14:00 - 16:00

Telefoon

+3216489208

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Erfgoedkamer - Bertem, Korbeek-Dijle, Leefdaal nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Organisatie

Stuur een bericht naar Erfgoedkamer - Bertem, Korbeek-Dijle, Leefdaal:

Delen