02/06/2026
De maandelijks column van Dyderick Bremmer
De geelgroene zangertjes
De tjif tjaf, de fitis, de fluiter en als topstuk: de spotvogel
Als je met vogelaars praat over ‘de geelgroene zangers’ dan weet iedereen wat je bedoelt. Het zijn de soorten uit de familie van de phylloscopus, ofwel de boszangers.
Ik wil jullie kennis laten maken met een paar van deze soorten. Een paar… want de phylloscopus is een grote familie met soorten die zoveel op elkaar lijken dat soms een vleugelstreepje bepalend is om welke soort het gaat.
Zelfs ervaren vogelaars krijgen er soms hoofdpijn van… Maar in deze nieuwsbrief de vier meest voorkomende.
We beginnen bij de tjiftjaf.
Als je er nooit van gehoord hebt dan hoor je hem buiten ook niet, maar eenmaal gehoord word je er tureluurs van om in vogeltermen te blijven.
Dit onopvallende gele zangertje zie je overal waar bomen staan, halverwege maart hoor je ze dan hun eigen naam zingen: ‘tji tji tji tja tji tja tja’ en dat achter elkaar door.
Zijn broertje lijkt sprekend op hem.
We hebben het over de fitis. Het makkelijkste verschil is dat de fitis gele pootjes heeft en de tjiftjaf zwarte pootjes. Je komt ze minder binnen de bebouwde kom tegen maar zodra je in een park of polder komt hoor je ze veel zingen. Ze zingen net als de tjiftjaf elke keer hetzelfde riedeltje; een aflopende golvende zang die uitbundig begint en laag en ingetogen eindigt.
Dan de fluiter.
Deze zanger zullen wij in onze polders niet snel tegenkomen want het is een bosvogel. Je vindt hem uitsluitend in beukenbossen op de zandgronden. Eind april komen ze terug uit Afrika en kun je ze in de bossen weer tegenkomen. Zoals bij de meeste zangers hoor je ze eerder dan dat je ze ziet. De zang van de fluiter is onmiskenbaar. Hij wordt ook wel het stuiterende knikkertje of het vallende muntje genoemd en die vergelijking is niet gek want zijn zang begint hoog en loopt dan geleidelijk af om in een triller te eindigen, swiet swiet swiet wiet wiet wiet wi witrrrrrrr…
Echt een waanzinnig geluid, je moet het een keer gehoord hebben. Maar er kan er maar één de winnaar zijn, een vogel die eigenlijk niet in het rijtje hoort en dat is de spotvogel. Officieel hoort hij bij de acrocephalus, ofwel de rietzangers, maar omdat hij op basis van zijn uiterlijk en gedrag meer wegheeft van een boszanger vind ik dat hij hier voor spek en bonen mee mag doen. De spotvogel is een geelgroene zanger met een kanjer van een snavel en, zoals zijn naam al verraadt, gebruikt hij die goed. Zijn zang is een vrolijke riedel van brabbelende geluiden met kenmerkende strofes. Eén daarvan is de ‘tje tje tjeer’ roep die erg kenmerkend is.
Momenteel heb ik op drie verschillende plekken weer spotvogels in polder Bloemendaal gehoord. Vooral dichte bosschages met wilgen zijn populair. Op het Molenvlietpad heb je de beste kans ze te horen.
Foto spotvogel: Rene van Rossem