04/06/2026
Gevaarlijke framing helpt Den Haag niet verder
D66 en PRO hebben de afgelopen dagen een inhoudelijk verschil van inzicht over asielopvang verbonden aan incidenten van intimidatie en bedreiging. Hart voor Den Haag vindt die koppeling uiterst gevaarlijk. Een politiek debat over opvangcapaciteit verandert zo onterecht in een discussie over extremisme of medemenselijkheid.
Wie opkomt voor woningzoekenden, ouderen, jongeren en bewoners die zich zorgen maken over leefbaarheid, doet dat vanuit een legitieme politieke overtuiging. Het debat zou moeten gaan over de druk op de woningmarkt, voorzieningen, zorg, onderwijs en de vraag hoeveel opvang Den Haag aankan. Dat zijn complexe vraagstukken waarover redelijke mensen van mening kunnen verschillen.
Wat het debat níet nodig heeft, is het toeschrijven van verkeerde motieven aan politieke tegenstanders. Woorden hebben gevolgen, zeker in een tijd waarin politici van alle partijen vaker te maken krijgen met agressie en bedreigingen. Juist daarom moeten politici zorgvuldig zijn in hoe zij elkaar neerzetten. Onze partijleider Richard de Mos weet uit eigen ervaring wat onterechte framing kan aanrichten. Jarenlang bleef een onjuist frame hangen, ook toen feiten dat allang hadden weerlegd. Dat maakt het des te opvallender dat partijen die zeggen te staan voor een fatsoenlijk debat nu zelf, op kwalijke wijze, bijdragen aan polarisatie.
Het verschil zit niet in medemenselijkheid. Voor Hart voor Den Haag betekent medemenselijkheid óók oog hebben voor ouderen zonder woning, jongeren zonder perspectief op een huis, gezinnen die jarenlang wachten en wijken die onder druk staan. Hun belangen verdienen eveneens een stem. Dat anderen andere afwegingen maken, is onderdeel van de democratie.
De Haagse kiezer heeft Hart voor Den Haag met 16 zetels een duidelijke opdracht gegeven: een andere koers mogelijk maken. Daarom kijken wij vooruit. De gesprekken met VVD, DENK en CDA verlopen constructief en respectvol, met focus op oplossingen voor de grote uitdagingen van onze stad.
Wij gaan ervan uit binnen afzienbare tijd een nieuw college van burgemeester en wethouders aan de stad te presenteren.