05/06/2026
Laat kinderen niet los!
Door Klaas Sloots, burgemeester van de gemeente Stadskanaal
De afgelopen dagen is Stadskanaal het middelpunt geworden van nationale
verontwaardiging. De informatie die openbaar is geworden over de ernstige
mishandeling van twee kinderen in onze gemeente heeft diepe sporen getrokken. In de
eerste plaats bij de kinderen zelf — en dat mag nooit uit beeld raken — maar ook bij
inwoners, professionals, bestuurders en iedereen die hiervan kennis heeft genomen.
Toen ik kennisnam van de eerste informatie, liepen de rillingen mij over de rug. Nog
steeds. Wat volgens de openbare rechterlijke stukken met deze kinderen zou zijn
gebeurd, tart ieder menselijk begrip. Dat gebeurt niet in een film. Dat gebeurt niet in een
ver land. Dat gebeurde midden in onze samenleving. In een gewone woonwijk. In een
Nederlandse gemeente.
Laat helder zijn: het strafrechtelijk onderzoek en het onderzoek van de Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd moeten onafhankelijk en zorgvuldig verlopen. De feiten
moeten volledig boven tafel komen. Dat zijn wij aan de betrokken kinderen
verschuldigd. Ook past terughoudendheid richting individuele professionals en
organisaties zolang onderzoeken lopen.
Maar tegelijkertijd mogen we onszelf niet wijsmaken dat dit slechts een incident is dat
losstaat van bredere ontwikkelingen in ons jeugdstelsel. Want de pijnlijke waarheid is
dat Nederland deze discussie al jarenlang voert.
Na Vlaardingen klonk breed de belofte: dit nooit weer. Daarvoor waren er andere zaken.
Steeds opnieuw zien we dezelfde patronen terugkomen: ernstige signalen, meerdere
betrokken instanties, zorgen die bekend zijn, dossiers die groeien — en toch kinderen
die uiteindelijk onvoldoende beschermd blijken. Daarna volgen onderzoeken,
inspectierapporten, debatten en verbeteragenda’s. En vervolgens gaan we vaak weer
verder alsof het vooral uitzonderingen betroffen.
Dat moeten we onszelf niet langer vertellen.
De commissie-Van Ark beschreef recent opnieuw een jeugdstelsel dat vastloopt in
complexiteit, versnippering en gebrek aan samenwerking. Professionals ervaren een
hoge werkdruk. Organisaties opereren naast elkaar. Verantwoordelijkheden zijn diffuus
geworden. Regie ontbreekt te vaak. En ondertussen neemt de samenleving wel aan dat
“de overheid” zicht heeft op de veiligheid van kinderen. Maar de werkelijkheid is dat die
overheid steeds minder als één overheid functioneert.
Juist dat is misschien wel de ongemakkelijkste conclusie van allemaal.
Wanneer meerdere instanties betrokken zijn bij een gezin, verwacht de samenleving dat
signalen samenkomen, dat overzicht ontstaat en dat iemand verantwoordelijkheid
neemt voor het totaalbeeld. Maar te vaak werkt het systeem nog vanuit afzonderlijke
kokers. Een school ziet signalen. Een huisarts ziet letsel. Hulpverlening ziet onveiligheid.
De politie ontvangt meldingen. Gemeenten hebben een regierol. Gecertificeerde
instellingen voeren maatregelen uit. Maar niemand beschikt vanzelfsprekend over het
volledige beeld, laat staan over voldoende doorzettingsmacht.
Een kind leeft echter niet in losse systemen, organisaties of privacyprotocollen. Een
kind heeft één werkelijkheid.
En precies daar schuurt het huidige stelsel steeds harder. We hebben in Nederland —
vanuit begrijpelijke en vaak goede bedoelingen — een systeem gebouwd waarin
procedurele zorgvuldigheid, verantwoordelijkheidsafbakening en privacybescherming
een steeds grotere plaats hebben gekregen. Privacy is een groot goed in een
democratische rechtsstaat. Dat moet zo blijven. Maar we moeten onszelf wel de eerlijke
vraag durven stellen of de balans inmiddels niet te ver is doorgeslagen wanneer het gaat
om ernstige kindveiligheidszaken.
Want wat betekent privacy nog als instanties cruciale informatie onvoldoende delen
terwijl een kind structureel onveilig blijkt? Wat betekent systeemzorgvuldigheid wanneer
niemand daadwerkelijk regie voert? En wat betekent bestuurlijke verantwoordelijkheid
wanneer iedere organisatie uiteindelijk slechts verantwoordelijk blijkt voor een deel van
het geheel?
Ik zeg nadrukkelijk niet dat privacy de oorzaak is van kindermishandeling. Dat zou veel te
simpel zijn. De verantwoordelijkheid voor geweld ligt altijd bij daders. Maar ik stel wel
vast dat een versnipperd systeem, handelingsverlegenheid, institutionele
terughoudendheid en onduidelijkheid over verantwoordelijkheden ertoe kunnen leiden
dat signalen onvoldoende samenkomen en onvoldoende krachtig wordt ingegrepen.
Ook onze gemeenteraad heeft die urgentie onderkend en in een motie de minister
opgeroepen maatregelen te nemen om de problemen in de jeugdzorg aan te pakken.
Dat is een maatschappelijke en bestuurlijke realiteit die we onder ogen moeten zien.
Ook in Den Haag groeit inmiddels het besef dat het huidige jeugdstelsel op
fundamentele punten vastloopt. Minister Mirjam Sterk sprak recent in het vragenuurtje
nadrukkelijk over de noodzaak het systeem van jeugdbescherming opnieuw tegen het
licht te houden.
Dat besef is belangrijk. Maar de vraag is nu of we bereid zijn verder te gaan dan nieuwe
verbeteragenda’s, tijdelijke maatregelen en aanvullende protocollen. Want zolang
verantwoordelijkheden versnipperd blijven, regie diffuus is en cruciale informatie
onvoldoende samenkomt, blijft het risico bestaan dat kinderen tussen systemen
verdwijnen. Juist daarom moeten we deze tragedie niet alleen zien als een strafzaak of
een lokaal incident, maar ook als een indringende waarschuwing over hoe kwetsbaar
onze jeugdbescherming is geworden. Daarom moeten we wat mij betreft durven
nadenken over fundamentele veranderingen.
Misschien moeten we serieus onderzoeken of Nederland toe moet naar een integraal
kindveiligheidsdossier voor ernstige risicocasuïstiek: één systeem waarin betrokken
instanties onder strikte wettelijke waarborgen verplicht samenwerken, informatie delen
en werken onder duidelijke publieke regie. Niet om privacy af te schaffen. Niet om
willekeurig gegevens te delen. Maar omdat kinderen die ernstig onveilig zijn recht
hebben op een overheid die als één overheid handelt.
Want dat is uiteindelijk waar het om gaat.
Kinderen mogen nooit afhankelijk worden van toeval