28/05/2026
Coevorden offert zijn hart op voor een tekentafelvisie
In Coevorden is iets merkwaardigs aan de hand. Een stad die al jaren vecht tegen leegstand, koopkrachtverlies en de aantrekkingskracht van grotere winkelcentra, besluit juist de bereikbaarheid van haar eigen binnenstad moeilijker te maken. En nu ondernemers aan de noodrem trekken, klinkt vanuit het gemeentehuis vooral: “We monitoren het.”
Monitoren.
Dat woord alleen al zegt alles.
Want terwijl beleidsmakers grafieken bekijken en evaluaties voorbereiden, kijken ondernemers naar lege winkels. Naar minder klanten. Naar omzet die verdampt. Naar vaste lasten die wél gewoon binnenkomen.
De Markt in Coevorden moest mooier worden. Groener. Gezelliger. Een verblijfsgebied. Dat klinkt prachtig op papier. Architectenimpressies vol wandelende stelletjes, terrasjes in de zon en zorgvuldig geplaatste boompjes. Maar op die tekeningen ontbreekt altijd dezelfde persoon: de klant met twee zware boodschappentassen die “even snel” de stad in wil.
Die klant denkt namelijk niet in mobiliteitsvisies. Die denkt praktisch.
Kan ik dichtbij parkeren? Ben ik snel klaar? Kan ik gemakkelijk weer weg?
Is het antwoord drie keer “nee”, dan rijdt diezelfde klant zonder emotie door naar Emmen, Hardenberg of online.
En precies dát lijkt men in bestuurlijk Coevorden te onderschatten.
Voor de herinrichting verdwenen tientallen parkeerplaatsen op de Markt. Van 92 plekken naar slechts 18 voor kort parkeren. Alsof bereikbaarheid een luxeprobleem is in plaats van de levensader van een winkelstad.
Natuurlijk, er zijn alternatieven. De Pampert. Duivelshoek. Bewegwijzering misschien nog wat verbeteren. Maar bestuurders vergeten iets fundamenteels: mensen willen niet eerst een expeditie ondernemen voordat ze een paar schoenen, een cadeau of een bos bloemen kopen.
Coevorden is geen Amsterdam. En Coevorden moet ook niet proberen Amsterdam te spelen.
Een middelgrote regiostad leeft van toegankelijkheid, gemak en gastvrijheid. Niet van verkeerskundige prestigeprojecten waarbij de auto als vijand wordt behandeld.
Het wrange is misschien nog wel dat ondernemers al jaren trouw investeren in de binnenstad. Ze hielden vol tijdens corona. Tijdens energiecrises. Tijdens inflatie en accijnsverhogingen. Maar nu voelen velen zich juist door hun eigen gemeente in de steek gelaten.
En dan komt onvermijdelijk de vraag: Voor wie is deze binnenstad eigenlijk nog ontworpen?
Voor inwoners? Voor bezoekers? Voor ondernemers?
Of vooral voor beleidsrapporten en subsidieaanvragen?
Een stad zonder bereikbare winkels verliest uiteindelijk meer dan alleen omzet. Ze verliest levendigheid. Ontmoeting. Identiteit. Want als de middenstand verdwijnt, blijft er uiteindelijk een decor over. Mooi opgeknapt misschien — maar leeg van binnen.
Coevorden hoeft geen openluchtmuseum te worden waar je prachtig kunt wandelen langs gesloten etalages.